Cahiers Genootschap Belle van Zuylen

Een edelman, Isaac Lodewijk la Fargue van Nieuwland (1766)

Een edelman, Isaac Lodewijk la Fargue van Nieuwland (1766)

maandag 16 januari 2015 – ‘Zie daar hem dan een Edelman van zes-en-dertig kwartieren, die ten minsten zo goed is, als zes-en-dertig denkende wezens, en regt heeft, om allen te veragten, die dit in twyffel trekken. Hy heeft geene andere verdiensten; hy kent geen ander geluk, dan zyn adel; beneem hem dien waan, breng hem aan ’t denken, en gy maakt hem waarlyk ongelukkig’.

Zo wordt in het tijdschrift De Denker (26-12-1763) – dat spoorloos lijkt in Delpher maar gelukkig bij DBNL kan worden teruggevonden – de adellijke heer Le Noble beschreven. Het is een verwijzing naar de novelle Le Noble, conte moral van Belle van Zuylen, vermoedt Peter Altena in zijn artikel over de adel in de Nederlandse letterkunde.

Le Noble was in 1763 anoniem verschenen. Nadat haar vader had ontdekt dat de 23-jarige Belle de auteur was van dit verderfelijke werk, waarin de adel wordt gepresenteerd als het tegenovergestelde van rechtschapenheid, had hij de hele oplage laten vernietigen. Hij vond het nestbevuiling. Maar zijn actie had niet voor 100 procent succes. Want hoe is anders te verklaren dat de schrijver van De Denker er weet van had?

Het bewuste artikel van Peter Altena, ‘Averse to insincerity: nobility in satirical work by Belle van Zuylen, Gerrit Paape and contemporaries’ verscheen in nummer 9 van de Belle de Zuylen Papers (2014). Zoals de titel aangeeft, zijn er meer schrijvers die de adel in hun werk een bedenkelijke plaats geven. Satire en kritiek bleven nodig, zelfs al speelden edelen in het werkelijke leven geen rol van betekenis meer. Gerrit Paape bijvoorbeeld wijdde er een hele satirische roman aan, beginnend met de dreigend klinkende woorden ‘Willem is een jaar oud. De eerste zaden der aristocratie worden hem met de pap ingegeven’. In Het leven en sterven van een hedendaagsch aristocraat (1798) beperkte Paape zich echter niet tot de adel alleen, want alle regenten behoorden tot de aristocratie en waren dus één pot nat.

Het artikel ‘Belle, Betje, Antje … et les autres. Néerlandaises en voyage au XVIIIe siècle’ van Madeleine van Strien-Chardonneau laat een heel andere kant van Belle van Zuylen zien. Het gaat niet zozeer over haar ideeën over de adel, als wel over haar ervaringen als reiziger. Van vrouwelijke reizigers uit het midden van de 18e eeuw weten we maar weinig, meldt Van Strien, hoogstens van plezierreisjes binnenslands. Vrouwen hebben dan ook weinig reisverslagen nagelaten. Belle van Zuylen (Engeland, Parijs), Betje Wolf en Aagje Deken (Trévoux), en Antje van Hogendorp (Nijmegen, Bonn) vormen hierop een uitzondering.

De Belle de Zuylen Papers, ofwel de Cahiers Isabelle de Charrière, is het tweetalige jaarboek van het Genootschap Belle van Zuylen. Het oogt netjes verzorgd, is geïllustreerd en heeft naast enkele wetenschappelijke bijdragen ook verslagen van de ‘club’ zelf. Vooral de foto’s bij die verslagen geven de buitenstaander een kijkje in de genootschappelijke gezelligheid die ook het JCW en de DWA kenmerkt. — RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *