Groe! Groe! Groe! Knor knor!

Mensen als varkens in Kralingiana van Petrus Hofstede en Het hout van Jeroen Brouwers

Gelders Zwijn 1786maandag 2 februari 2015 – Stadhouder Willem V kon niet lachen om de spotprent waar hij als drinkend en pissend Gelders zwijn werd vereeuwigd; een eeuw later had koning Willem III moeite met de vereenzelviging met een gorilla.

Niet alleen vorsten werden het slachtoffer van satirische ‘animalisering’. Ook anderen! Van alle animalisering lijken ‘vervarkening’ en ‘veraping’ het populairst. De vergelijking met apen lijkt het minst zeer te doen, behalve als de aap de proporties van Bokito of Willem III aanneemt.

Nee, dan het varken!

In het precisiebombardement dat de begaafde Rotterdamse dominee Petrus Hofstede in 1757 en 1758 in zijn (anoniem verschenen) Kralingiana losliet op zijn Kralinger ambtgenoot Theodorus van der Groe, wordt het slachtoffer met heel wat dieren vergeleken: met een koekoek, een aap, een kameleon en vooral als ezel. En in de 500 pagina’s Kralingiana verschijnt de Kralinger ook als varken. Een varkenshoeder roept het varkentje Van der Groe toe: ‘Groe! Groe! Groe! Groe!’

Satire, zoals in de Kralingiana, is kwajongenswerk op niveau. Lang geleden, toen ik als leerling school ging, heette de leraar met de getuite lippen ‘Duck’ en de leraar met een voeteuvel ‘Skippy’. In de loop der jaren kregen meer leraren de bijnaam ‘Zoef’, de naam van de haas in de Fabeltjeskrant. Deze leraren, net als ik ouder geworden, kom ik nog wel eens tegen en altijd denk ik met een zeker ongemak aan de diernamen die ik destijds zonder scrupules gebruikte. Met datzelfde ongemak erken ik deze bijnamen nog steeds te gebruiken, als ik het met oud-klasgenoten over hen heb.

In Het hout van Jeroen Brouwers betreden we een jongenspensionaat in Zuid-Limburg, tegen de Duitse grens aan. Het is 1953. De jongens en de broeders, die het pensionaat runnen, lijden zwaar onder een uit Duitsland ingevlogen broeder Mansuetus. Zijn bijnaam is ‘de ever’, een zwijn dus, en achter zijn rug klinkt het ‘knor knor!’

Varkens zijn vooral smerig, onrein. In Het hout is de everzwijn volgens broeder Bonaventura, de verteller van het verhaal, ‘in de iconografie van ons geloof: symbool voor de wellust’ (p. 114). In de roman van Brouwers is Mansuetus een smeerlap die in zijn persoon alle vooroordelen of clichés over grijpgrage kloosterlingen verenigt. Zijn wellust is verdorven en gewelddadig en richt zich op blonde ventjes zoals Markje Freelink. Broeder pedo dus!

Oh ja en hij is ook nog Duitser – net als Willem V een beetje – en al zijn verrichtingen worden in vergelijking met de Tweede Wereldoorlog gezien: overal Gestapo! In de roman zegt Bonaventura: ‘We raken de oorlog niet meer kwijt’ (p. 140). Voor volwassenen is dat er in 2015 op het oog wel wat teveel aan. Maar na de Tweede Wereldoorlog heeft de nazi-vergelijking – als nieuwe vorm van de animalisering – een hoge vlucht genomen en met enig ongemak stel ik vast dat ik ook wel eens iemand heb vergeleken met een burgemeester in oorlogstijd, een NSB’er, ‘een Schweinhund’, om me tot de onschuldigste vergelijkingen te beperken.

Na de Tweede Wereldoorlog is het varken Miss Piggy geworden, een knuffeldier, haast een kwetsbaar mens, zoals in het verhaal van Anton Koolhaas, ‘Mijnheer Tip is de dikste mijnheer’.— PA

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *