Feestje voor de Universiteit van Utrecht

Utrechtzaterdag 2 mei 2015 – Deze ingekleurde gravure is gestoken ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de Universiteit van Utrecht in 1786. De studenten hebben de prent op eigen kosten laten vervaardigen door de Utrechtse schilder Pieter Jacob Muller (of door iemand uit zijn atelier). Ik zag de prent bij veilinghuis Peerdeman, waar hij deze week onder de hamer gaat.

Op de prent zie je het toenmalige academiegebouw dat in het kader van de feestelijkheden rijkelijk was geïllumineerd. De datum is 31 mei 1786, aldus het bijschrift bij de prent. Op zichzelf is deze datum bijzonder, want de universiteit opende voor het eerst haar deuren op 26 maart 1636. Waarom twee maanden gewacht met het feestje?

Het jaartal 1786 verraadt al boekdelen. De Nederlandse revolutie was in volle hevigheid losgebarsten. De universiteit was een bolwerk van patriottisme, zeker nadat er een zuivering had plaatsgevonden onder het hooglerarencorps en prinsgezinde professoren waren vervangen. De raad van toezicht vond het niet verstandig om in deze verhitte tijden – in maart was het stadhuis nog bezet door patriotse actievoerders – een feestje te vieren en adviseerde de vroedschap van de stad ervan af te zien.

Het advies werd in zoverre opgevolgd dat er besloten werd tot uitstel. Het feest zou in mei plaatsvinden: men hoopte dat de rust toen zou zijn weergekeerd. Dat was het geval en dus konden de feestelijkheden van start gaan. Het academiegebouw werd geïllumineerd, in de stad werden gedachtenispreken gehouden, gedenkpenningen werden uitgereikt aan studenten en docenten, en in de Domkerk werd de Ouverture Intrada van de Zutphense componist Frederik Nieuwenhuysen opgevoerd (bron).

De dag daarna, op 1 juni 1786, vond er een promotie more majorum plaats, met de tamtam die nu nog steeds gebruikelijk is bij de uitreiking van eredoctoraten. De promotie trok veel bekijks (plaatje). Bij het lezen van de namen van de promovendi rezen bij mij wel twijfels over het patriottische karakter van het feest. De 20-jarige Jan Elias Nicolaas van Lynden tot Hoevelaken, één van hen, is bijvoorbeeld de boekjes in gegaan als orangistisch edelman, die al snel gedeputeerde van Gelderland en burgemeester van Harderwijk werd. In 1814 werd hij de eerste voorzitter van de Tweede Kamer. Zou hij tijdens de plechtigheid in 1786 zijn politieke geloofsovertuiging voor zich hebben gehouden? Of droeg hij toch een oranje strikje?— RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *