Democratie zonder kiesrecht voor de heffe des volks

elie luzacmaandag 27 april 2015 – Afgelopen zaterdag was er een bijeenkomst van het illustere gezelschap De 95’ers. Ooit begonnen door een paar achttiende-eeuwers die met name geïnteresseerd zijn in de periode rond 1795, het memorabele aanvangsjaar van de Bataafs-Franse tijd.

Deze keer was Eric de Jong de spreker. Hij is vorig jaar gepromoveerd op het mooie proefschrift Weldenkende burgers en Oranjeliefhebbers (Verloren) over de strijd tussen de patriotten en prinsgezinden in Leiden. Nu sprak hij over de democratiseringsidealen van de patriotten en de kritiek daarop van de mij zeer bekende aartsorangist Elie Luzac.

Wie denkt dat de patriotse idealen uit de lucht kwamen vallen, heeft het mis. Al in 1715 was lag er in Rotterdam een plan om een democratische bestuursorganisatie in te richten: Libertatem nemo bonus nisi cum anima amisit, dat is, de vrijheid heeft geen eerlijk man als met zijn leven verloren. Er kwam niets van terecht. Maar opvallend genoeg werd het in 1785 opnieuw uitgegeven door de huisdrukker van de Leidse patriotten, Leendert Herdingh: Bedenkingen over het oorsprongelijk berusten der oppermacht bij het volk.

Dat Elie Luzac fel gekant was tegen de democratische ideeën die Van der Capellen tot den Pol had geëtaleerd in zijn Aan het volk van Nederland, is genoegzaam bekend. Luzac moest niets hebben van enige vorm van volksvertegenwoordiging. Als volgens de patriotten het hele volk soeverein was en het recht had om vertegenwoordigers te kiezen, aldus Eric de Jong over de kritiek van Luzac, dan viel hieronder ook ‘de heffe des volks, het gepeupel, het gemeen, het grauw’. De ‘heffe des volks’ was echter in meerderheid prinsgezind, maar ook omkoopbaar, twistziek en behept met allerlei andere kwalijke eigenschappen. De democratie zoals Van der Capellen voorstond, was daarom gedoemd te mislukken.

De patriotten moeten het gelijk van Luzac hebben ingezien, maar hielden vast aan hun democratische idealen. Zij het, dat ze hun standpunt bijstelden en voortaan alleen de barricaden op gingen om een kiesrecht te realiseren dat beperkt was tot de ‘aanzienlijken’. Voilà, zo betoogt Luzac in zijn Vaderlandsche brieven (nr. 6), hiermee is de kiem gelegd voor een nieuw soort aristocratie, want de aanzienlijken zullen ervoor zorgen dat zij en hun nakomelingen op het pluche blijven plakken.

Luzac toont zich voortdurend als een scherp denker en debater à la Bolkestein, maar hij was geen man die met vernieuwende ideeën kwam. Onderhoudende lezing en boeiende discussie na afloop. — RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *