Scribleriana en de pruiken

Scriblerianadinsdag 5 mei 2015 – Afgelopen vrijdag kocht ik op het Spui in Amsterdam voor vijf euro een klein boekske, goud op snee: Scribleriana van J.A. Weiland. Mijn editie dateert van 1852 en is uitgegeven door A.C. Kruseman in Haarlem. Het heeft een aan Jean Paul ontleend motto en in de opdracht heeft de schrijver het boekje aan zichzelf opgedragen. Daarmee is de luimige toon gezet.

In de trein huiswaarts bladerde ik in het boekje: de voorrede maakt duidelijk dat in het boekje de tekst te vinden is van drie redevoeringen ‘gehouden in de Rotterdamsche Afdeeling der Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen’ en de eerste redevoering gold de pruiken. De lectuur van die eerste redevoering maakte me onmiddellijk tot buitenstaander: het was wel duidelijk dat de spreker van dienst zich enorm geestig achtte en dat zijn (impliciete) luisteraars dat ongetwijfeld ook vonden.

In het verleden heb ik me ook wel eens gewaagd aan de lectuur van Jean Paul, maar dat viel niet mee en bij alle pogingen legde ik het boek al na zo’n twintig pagina’s terzijde.

Bij thuiskomst bleek dat J.A. Weiland mr Jacobus Andries Weiland (1785-1869) was en dat hij in 1811 in Amsterdam en Rotterdam (bij Immerzeel en Comp.) zijn Scribleriana publiceerde en tien jaar later een boekje met gedachten van Jean Paul. Blijkens de herdruk hield zijn humor nog tot 1852 repertoire.

Het jaar van eerste verschijnen van Scribleriana valt in de jaren van Napoleontische overheersing. In Weilands luim zie ik echter weinig terug van de Bonapartekritiek, zoals Lotte Jensen die in Verzet tegen Napoleon (2013) ontwaarde bij enkele vaderlandse dichters. Hoe moet Weilands 1811-humor dan gezien worden. Als escapisme? Overal ellende, maar in de ‘Rotterdamsche Afdeeling’ zit de goedgemutste stemming er nog volop in? Of is dat alles bevangen gepolitiseerd denken en was het niet dubieus om het in 1811 onder heren plezier te maken? En waren Scribleriana gewoon Scribleriana?

Minstens zo interessant is de vaststelling dat de Scriblerustraditie, waarover Peet Theeuwen in het themanummer ‘Satirische tijdschriften’ (Mededelingen 37 (2014), nr 2) schreef, zich na 1800 handhaafde. De associatie van Scriblerus met pruiken geeft tegelijkertijd te denken, alsof de herinnering aan Scriblerus een pruikrijke en gedateerde gedachte was.— PA

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *