‘Arnold bedient zich van een ontzenuwde stijl’

Arnold_Houbrakendonderdag 7 mei 2015 – DBNL heeft weer nieuwe titels op haar site gezet, waaronder de Griffioen-editie van De grote schouwburg van Arnold Houbraken. De verzameling kunstenaarsbiografieën stond model voor Weyermans Konst-schilders. Dit ontlokte schrijver-schilder Johan van Gool de uitspraak dat Weyerman de anekdotes ‘door eenen diefschen roof met de gestolen veêren van Houbraken heeft opgepronkt’.

Arnold Houbraken (1660-1719) wist natuurlijk van niets, want toen het eerste deel van Weyermans succesvolle naslagwerk in 1729 verscheen, was Houbraken al tien jaar dood. Was er werkelijk sprake van plagiaat? Zelfs volgens de normen uit begin 18e eeuw?

Feit is dat Houbraken zelf sterk leunde op Karel van Manders beroemde Schilder-Boeck uit 1604. Dit was natuurlijk sterk verouderd en behandelde geen schilders uit de 17e eeuw, laat staan (begin) 18e eeuw. Houbrakens eigen driedelige Grote schouwburg verscheen in de jaren 1718-1721 en was in 1729 nog geenszins aan herziening toe.

Toch vonden Weyerman en zijn Haagse uitgeversconsortium dat de tijd rijp was voor een nieuw encyclopedisch werk over kunstenaars. Behalve kunstverzamelaars en andere liefhebbers zouden er vooral kunsthandelaars hun voordeel mee kunnen doen. De opzet werd gekopieerd en zelfs de illustraties uit De grote schouwburg werden hergebruikt: dit maakt de tekst wel erg verdacht.

En inderdaad: Weyerman kopieerde de tekst van Houbraken maar parafraseerde er ook heel wat op los. Ook voegde hij er nieuwe informatie aan toe, gebaseerd op eigen waarnemingen en hearsays (verder lezen). Helemaal oorspronkelijk is het werk dus niet, maar de stijl is er een stuk levendiger op geworden. Weyerman vond Houbraken geen groot stilist:

Arnold bedient zich van een ingewikkelde, platte, onbeschaafde, en ontzenuwde stijl, hy houd geen voet by stek, hy begint maar hy vervolgt niet, het is met den man, hier vind ik je, en daar verlies ik je.

Overigens zou Johan van Gool op zijn manier eveneens Houbrakens werk verbeteren en updaten. In 1750 verscheen zijn Nieuwe schouburg der Nederlandsche kunstschilders en schilderessen.— RvV

¶ Lees hier Houbrakens lemma over Rembrandt, ‘een verstokte gierigaard’, uit het door DBNL gedigitaliseerde Griffioendeeltje, editie Jan Konst en en Manfred Sellink (1995).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *