Bibliotheek in perspectief

Bibliotheek Göttingenzaterdag 20 juni 2015 – Ik mag graag oude bibliotheken bezoeken. Vooral in Duitsland en elders in Midden-Europa heb je schitterende boekenpaleizen. Indrukwekkend vond ik de oude universiteitsbibliotheek van Göttingen, waar ik voor mijn onderzoek naar Elie Luzac vaak heb gezeten. Zo vaak zelfs, dat de bibliothecaris vol vertrouwen zei toen hij de enorme lijst Luzac-uitgaven zag die ik nog even wilde inzien, dat ik ze boven zelf wel mocht pakken.

En zo kwam ik in een enorme ruimte waar oneindig veel zware, eikenhouten kasten naast elkaar en dwars op de muur stonden opgesteld. Weinig rococo, zoals ik van plaatjes kende, maar wel met een soort strenge zakelijkheid die veel universiteitsbibliotheken eigen is. De kasten reikten alle tot aan het plafond en stonden vol met vrijwel identieke bandjes. Sommige kasten hadden alleen perkament in kwarto, andere slechts leer in octavo of duodecimo.

Ik wilde alle uitgaven van Luzac met het impressum Göttingen nog één keer in handen hebben. Controleren of ik niets gemist had. Het zoekwerk viel niet mee doordat al die 18e-eeuwse bandjes op elkaar leken. Je mag dan wel kast en plank weten, feit is dat je al die opschriften moet ontcijferen om je keuze te kunnen maken.

Hierboven krijg je een indruk van de 18e-eeuwse bibliotheek van de destijds jonge Georg-August-Universität. Dit interieur heb ik zelf niet gezien, maar het overweldigende gevoel dat de mannetjes op de prent gehad moeten hebben, overviel mij wel. De prent zelf vind ik eigenlijk saai. Te schematisch. Alsof iemand met een ruitjespapier de kasten heeft getekend.

Heb je echter een zograscoop bij de hand, dan blijkt de prent veel levendiger te worden doordat je alles ineens in perspectief ziet. In de 18e eeuw noemde men zo’n optisch instrument een optica-spiegel. Wie op het woord ‘optica’ zoekt in Delpher, ziet aan de vele krantenadvertenties hoe waanzinnig populair zo’n zograscoop geweest is.

Op een houten standaard is in een verticaal vierhoekige omlijsting een dubbele bolronde lens geplaatst. Aan de bovenrand zit een tweede vierhoek gevestigd, voorzien van spiegelglas, geplaatst in een hoek van 45° ten opzichte van de eerste vierhoek. De prent moet je plat en ondersteboven leggen achter de staander. Als je door de lens kijkt, zie je de weerspiegeling van de afbeelding. In perspectief (bron).

Op dit schilderij zie je een jongetje dat met een tafelmodel optische prenten zit te bekijken. De vrouw achter hem schijnt Louise-Sebastienne Gély te zijn, die later met de beruchte Danton zou trouwen. Het jongetje is vermoedelijk zijn oudste zoon. Achter zo’n optica-spiegel kon het joch een imaginaire reis maken langs allerlei steden in Europa. Opticaprenten zijn dan ook altijd topografische prenten.

Georg Balthasar Probst, uit Augsburg, was in Duitsland een bekende maker van opticaprenten. Hij heeft de prent hierboven gemaakt. In Nederland was het vooral de Haagse Hendrik Scheurleer die opticaprenten op de markt bracht (bron). Vanaf eind 18e eeuw raakten de prenten en spiegels langzamerhand in onbruik.— RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *