File bij het Binnenhof

Plechtige installatiezaterdag 1 augustus 2015 – Al die koetsen op een rij: zouden de lezers van de Maandelijkse Nederlandsche Mercurius de nummertjes allemaal hebben nagetrokken in de legenda? Je ziet nauwelijks verschillen, dus wat maakt het uit wiens koets waar in de lange rij is opgesteld?

De prent heeft als titel ‘Plechtige Installatie van zijne Doorl: Hoogh: Prins Willem de V tot Erfstadhouder over de Unie in ’s Gravenhage den 8 Maart 1766’. De stadhouder was 18 jaar en werd geïnstalleerd als erfstadhouder in de Staten-Generaal te Den Haag. Zelf houd ik wel van dit soort zero-prenten, waarop je in feite niets meer ziet dan dat er veel eerbetoon was.

De rijtuigen en groepen militairen zijn gebruikt als illustratie in de Maandelijkse Nederlandsche Mercurius (april 1766), die in 1756 de in de historiografie veel bekendere Europische Mercurius was opgevolgd. Het blad werd bijna een halve eeuw uitgegeven door Bernardus Mourik, die zijn bedrijf had in de Amsterdamse Nes. De formule is altijd hetzelfde gebleven: 16 afleveringen per jaar met excerpten van het binnen- en buitenlandse nieuws uit de achterliggende periode.

Er zitten illustraties in, wat het blad ook voor de toenmalige lezer aantrekkelijk heeft gemaakt. Na het overlijden van Maurik in 1791 nam zijn plaatsgenoot Jan Augustijn Swalm de fakkel over. In 1807 hield het op te bestaan. Het werd min of meer voortgezet door de Amsterdamsche Mercurius, uitgegeven door Jan Ruysendaal. Dit blad verdween echter al snel: in de Franse tijd zorgde de censuur voor een kaalslag in het medialandschap in de Republiek.

Maurik heeft met zijn blad altijd een neutrale positie willen innemen. Ook in de jaren tachtig. Maar in een artikel van Thomas von der Dunk over de Maandelijkse Nederlandsche Mercurius (DAE 1999) las ik dat hij daarmee tijdens het hoogtepunt van het patriots-orangistische conflict zijn lezers onthield van pikante politieke nieuwsberichten.

Bovenstaande prent is gemaakt in een tijd dat het stadhouderschap nog weinig was blootgesteld aan kritiek. Ja, wel in Amsterdam, waar Oranje van ouds geen goed kon doen. Maar elders in het land moet men vol bewondering hebben gekeken naar de lange stoet koetsen en militairen die op 8 maart 1766 naar het Binnenhof reden. Ik ben overigens nieuwsgierig naar de identiteit van nr. 17, die op de prent slechts een lege plek heeft achtergelaten. —RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *