Simon Tyssot de Patot in IJsselstein

Tissotmaandag 28 maart 2016 – Jaques Massé trok in de laatste jaren van de zeventiende eeuw de wereld door. Op zoek naar avontuur en inzicht. Massé was een zo geloofwaardig personage dat heel wat lezers meenden dat Voyages & Avantures de Jaques Massé, zonder naam van de auteur, met een vals jaartal van verschijnen (1710 in plaats van 1714), geschreven moest zijn door Massé zelf. Voltaire, toch geen domoor, doorzag de mystificatie niet.

Voyages et Avantures was geschreven in Deventer, door Simon Tyssot de Patot, die als hoogleraar mathematiek verbonden was aan het lokale Atheneaum. Maar dat hij en niet Massé de auteur was, bleef een decennia lang goed bewaard geheim. Dat was ook beter, voor bijna alle partijen. Het boek van Tyssot de Patot is een ontregelend reisverhaal, waarin de verbeelding de reizigers naar ideale oorden leidt maar ook kennis laat maken met de verschrikkingen van Goa, waar de inquisitie en de duisternis heersen.

Tyssot de Patot zelf was verantwoordelijk voor de verbreking van het geheim. Toen hem in Deventer, in weerwil van kennelijke toezeggingen, een rectoraat ontging, maakte de woede daarover hem onvoorzichtig. Hij gaf een brievencollectie uit met vermelding van zijn naam en kwalificaties en vervolgens waren de rapen gaar. De goede verstaander kon in die brieven zien wat Tyssot de Patot dácht – en dat was verontrustend genoeg – en dat de betrokkenheid van Tyssot bij het verhaal van Jaques Massé onloochenbaar was.

Als een melaatse werd Tyssot uitgedreven. Hij vond in het begin van 1728 onderdak in IJsselstein, een van de door Weyerman gehekelde vrijsteden. Over Tyssots jaren in IJsselstein schreef Hans Ellenbroek in de juist verschenen aflevering 151 van Bijdragen tot de geschiedenis van IJsselstein Stad en Land een informatief artikel.

Van een vrijgeleide van Tyssot de Patot lijkt geen sprake. De weg naar IJsselstein lijkt voor de omstreden hoogleraar gebaand door zijn gehechtheid aan de stadhouderlijke familie. Tyssot de Patot maakte deel uit van een hugenotenfamilie, waarvan een groot aantal leden in het Staatse leger carrière had gemaakt. Simon zelf had de verleidingen van het leger weerstaan, maar zwagers, neven en zonen hadden met gevaar voor leven de stadhouder gediend. Toen Simon in 1726 in nood was, droeg hij zijn Lettres Choisies op aan de prille prins Willem Karel Hendrik Friso, de latere Willem IV. Het hof leek niet geamuseerd, in de brieven wemelde het van het ohlala dat een vijftienjarige gemakkelijk op verkeerde gedachten kon brengen.

Niet geamuseerd, maar blijkbaar ook niet vertoornd. Maria Louise van Hessen Kassel, Willems moeder, bestierde van 1711 tot 1765 de baronie IJsselstein en zij hervormde, naar het zeggen van Hans Ellenbroek, de vrijstad van een toevluchtsoord voor criminelen in een welvarende stad. Zij moet bekend geweest zijn met de antecedenten van de nieuwe inwoner van IJsselstein en hem genadig welkom hebben geheten. Tyssot betrok met zijn echtgenote, die op haar naam de transactie afsloot, een woning in de Kloosterstraat. In 1738 overleed Tyssot in IJsselstein.

Hans Ellenbroek laat zien dat de begrafenis van Tyssot een evenement was: drie kerkklokken luidden gedurende negen uur, met zes onderbrekingen. De nazaten bleven langdurige present in IJsselstein en daaraan wijdt Ellenbroek heel wat bladzijden.—PA

¶ Binnen enkele maanden verschijnt bij uitgeverij Verloren de Nederlandse vertaling van Voyages et Avantures, met een voorwoord van Jonathan Israel. Een evenement!

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *