Machtige pruiken en verglaasde ogen

Delft_-_Stadhuis_naar_ontwerp_van_Hendrick_de_Keyserdinsdag 12 april 2016 – In piepkleine kring heb ik wel eens een opsporingsbericht uit De post naar den Neder-Rhijn uitgezet. Omdat de gezochte nog steeds niet is gevonden probeer ik het eens opnieuw, nu via dit Weyermangremium. Je weet maar nooit.

Schrijver Philippus Verbrugge opent een raillerend redactioneel commentaar in aflevering 76 van circa 23 juli 1783 (de Post naar is ongedateerd) p. 666 op het gerucht dat het garnizoen in Delft zal worden opgeheven aldus:

Men verzekerd tans, dat Zijne Doorluchtige Hoogheid zeer gaarne heeft mogen lijden, dat er op den duur Guarnisoen te Delft bleev, doch dat een of twee Burgemeesteren van gemelde Stad zulks zouden hebben tegengehouden. – Zeker Delfsch Heer heeft gedroomd, dat dien zelvden morgen, dat de Heer Overste de Larreij op het stadhuis zou komen, om de finale resolutie te vernemen, of het Guarnisoen al of niet zou blijven, er al zeer vroeg brievjes bij enige heeren van de regering zijn rond gezonden, inhoudende, dat zij er teegen moesten stemmen.

Verbrugge jent nog even verder over de in zijn ogen weinig standvaste Delftse stadsbestuurders, maar zegt hij, mocht het garnizoen vertrekken, dan kunnen Delftenaren hun vermeende schade en zelfs méér claimen:

Men zegd, dat zeker Heer te Delft, met een magtige lange paruik, en een paar verglaasde oogen, uit zijn eigen beurs vergoeden zal alle de schaden, die door het vertrek van de militie voor een groot gedeelte der Delfsche Burgerij veroorzaakt word, en dat ook niemand, die werkvolk nodig heeft, meer loon zal behoeven te geven, dan daar hij een soldaat voor heeft kunnen bekomen, dewijl het overige er door dien Heer zal worden bijgelegd. Men heeft geene andere redenen om dit te geloven, dan dat die Heer, in de eerste plaats zeer rijk is, en het dus kan missen, en in de tweede plaats, dat hij zeer vroom of fijn is, of schijnt, en het dus ook wil missen. –

Als het waar is, dan kan die edelmoedige heer geen gierigaard zijn. Het is maar te hopen dat hij over een ruim erf beschikt om alle gedupeerden te ontvangen, want woonde hij aan de gracht, dan zouden er wel eens zoveel kunnen komen dat de een na de ander in het water valt, aldus Verbrugge.

Er liep dus in 1783 een edelmoedige rijke heer met een enorme pruik en een bril door Delft – wie zou die opvallende figuur toch kunnen zijn? — PvW

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *