Zeemans lief en leed

Zeemanmaandag 16 mei 2016 – De pikbroek, Jack Tarr, het vrolijke matroosje. Altijd wanneer een matroos wordt afgebeeld, is de strekking er een van vrolijkheid, onbezonnenheid zo niet van een op amok en loltrapperij uitziende figuur. Hij dans en zwiert, hij drinkt, en met een pijpje in de mond en een papegaai op de schouder maakt hij de havenkwartieren onveilig. Moeders houd je dochters binnen.

De matroos als stereotype vertoont opvallende parallellen met de boer. Ook die is onbekommerd, schranst en drinkt en voert, wanneer hij niet stomdronken in een varkenskot ligt, niet zelden een wat onbeholpen klompendans uit.

Dit zijn verbeeldingen van twee beroepsgroepen, bedoeld voor de nette burger, voor de stedeling, die zich kan vermaken om zulk ongeciviliseerd volk.

Dat de matroos, en in bredere zin de zeeman, over een heel wat ruimere en gevarieerder tijdsbesteding beschikte blijkt uit Zeegang, het nieuwe boek van Jaap Bruijn, emeritus hoogleraar Zeegeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Bruijn is een expert op dit gebied en kon voor dit boek over de Nederlandse zeeman in de achttiende eeuw beschikken over een ruim arsenaal van scripties, proefschriften, artikelen en monografieën, die mede dankzij hem tot stand zijn gekomen.

Op systematische wijze behandelt Bruijn de verschillende takken van scheepvaart die elk hun eigen gespecialiseerde zeeman nodig hadden. Zo lezen we over de visserij, de walvisjagerij, de marine, de VOC, de WIC, de slavenschepen en de meest reguliere vorm van scheepvaart, de koopvaardij in Europa. Daarbinnen behandelt Bruijn, de verschillende taken van de zeeman, zijn promotiekansen, zijn verdiensten, medische zorg en de vormen van ontspanning aan boord. Ook het thuisfront komt aan bod.

Over het algemeen was het werken in alle takken van scheepvaart in de achttiende eeuw een hard en ongewis bestaan. Van dansen en zwieren kwam niet veel. En of hij er wel zo vrolijk, goedgekleed en schoongewassen bij liep als de prent van Jan Kobell uit 1798 ons wil doen geloven is hoogst onwaarschijnlijk.— Roelof van Gelder

¶ Jaap R. Bruijn, Zeegang. Zeevarende Nederland in de achttiende eeuw. Walburg Pers, 320 blz. € 29,50.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *