De natuur volgens Jean-Baptiste Huet

Huetvrijdag 20 mei 2016 – Nog een maandje is in Parijs een bescheiden overzicht van het werk van Jean-Baptiste Huet (1745-1811) te zien, in het charmante Musée Cognacq-Jay. Je moet er niet speciaal voor naar Parijs reizen, maar als je er toch bent en juist Carnavalet bekeken hebt, dan moet je deze Huet niet willen missen. Het museum stelt wat mismoedig vast dat aan Huet niet eerder een tentoonstelling gewijd was. Of er na deze expositie behoefte aan meer is?

Huet was goed in dieren. Als hij de dieren in wrede scènes of in verbetenheid toont – een wolf (of een wilde hond) met een stuk hout in zijn lijf gespiest –, is het nog wel te harden. Maar als hij lieve knuffelachtige hondjes afbeeldt, lijkt zijn penseel in marsepein gedoopt. Hij kon wel goed meisjes van het platteland portretteren.

HuetOm een paar redenen is de tentoonstelling een bezoekje wel waard. Schilderen was een traditie in de familie van Huet. Scholing en aanmoediging baanden hem een weggetje. Huets loopbaan als schilder lijkt me interessanter dan zijn werk.

In de bijschriften wordt gesuggereerd dat de mode van het ‘terug naar de natuur’ van Rousseau voor de carrière van Huet een beslissende stimulans was. In een van de volgende zaaltjes blijkt zijn succes dan toch weer niet zo groot: Huet vervolgde zijn loopbaan als behangselschilder, fraaie ontwerpen, maar behang, een eufemisme voor gebrek aan succes.

Ook opmerkelijk is Huets onzichtbaarheid in de rumoerige jaren die volgden op de bestorming van de Bastille. Wie in die jaren behang schildert en zich toelegt op hondjes, verkiest het leven onder een steen, veiligheid ook.—Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *