Van nieuwe neerlandistiek, theorieën, die voorbijgaan

Stephen Greenblatt

Stephen Greenblatt

donderdag 16 juni 2016 – Debatteren heeft alleen zin wanneer je ertoe bereid bent je, tenminste ten dele, door je tegenstander te laten overtuigen. In die zin acht ik de discussie die Peter Altena en ik recentelijk op deze site voerden als geslaagd.

De scherpzinnige reeks ‘Nieuwe neerlandistiek’ van Altena deed mij beseffen dat ik in mijn aanvankelijke repliek wat tekort door de bocht was. Toch nog een paar opmerkingen.

Altena constateert dat theorieën vaak aan mode onderhevig zijn. Daarin heeft hij zondermeer gelijk. Het koesteren van een zekere scepsis ten aanzien van een theoreticus wiens naam in korte tijd veel valt, lijkt me dan ook erg verstandig. Maar ik geloof persoonlijk niet dat er zoiets bestaat als ‘theorievrij’ onderzoek. We kijken altijd door een bepaalde bril naar de literaire tekst, of die bril nu structuralistisch, historiserend of auteursgericht is. Wie nieuwsgierig is naar wat een roman of gedicht ons te vertellen heeft over ‘de Wereld’, neemt uiteindelijk ook een theoretisch standpunt in, alleen blijft dat meestal impliciet. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Voorts zijn er grote verschillen waar te nemen in het theoriegebruik binnen de neerlandistiek. Onderzoekers van de oudere letterkunde (tot ca. 1800) zoeken hun toevlucht dezer dagen eerder tot disciplines als de cultuur- en mediageschiedenis dan tot de literatuursociologie (waar Bourdieu en Meizoz toe behoren). Ik heb daar nog weinig goeroes weten ontwaren. Ja, Greenblatt is een bekende naam, maar zijn invloed op de oudere letterkunde is onvergelijkbaar met die van Bourdieu en Meizoz op de moderne. Tot nog toe is Greenblatt onder Nederlandse renaissancisten vooral scepsis ten deel gevallen.

Tenslotte zijn sommige van Altena’s negatieve ervaringen met de neerlandistiek simpelweg de mijne niet. Het verwerkingsverslag als uitwas van de receptie-esthetica op middelbare scholen? Ik geloof het meteen, maar ik heb het op de universiteit nog nooit meegemaakt. De empirische doctrine van Verdaasdonk? Ik heb erover gehoord, maar ben zelf gedurende mijn studie Nederlands in Utrecht (2003-2008) toch vooral geschoold in het aandachtig en kritisch lezen van literaire teksten. Ik wil daarmee niet beweren dat de kritiek van Altena achterhaald of niet ter zake doend is, maar voor de jonge onderzoeker, nog niet belast met de wijsheid der jaren, komt ze soms toch wat overtrokken over.

Ik ben blij dat Altena aan het einde van zijn reeks aangeeft dat hij niets tegen theorie heeft zolang ze ‘de feiten scherper in beeld brengt, tot inzichten leidt’. Daarin vinden we elkaar dan toch, en natuurlijk ook in de liefde voor literatuur. – Ivo Nieuwenhuis

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *