Egodocumenten, een schitterend repertorium

Egodocumentenzaterdag 23 juli 2016 – Wie het een halve eeuw geleden over egodocumenten had, moest de naam van Jacques Presser noemen. Presser had het begrip bedacht en de bestudering van het fenomeen bepleit. Sindsdien heeft Rudolf Dekker zich zo intensief en langdurig met het fenomeen bemoeid dat het rechtvaardig is om na de naam van Presser onmiddellijk die van Dekker te laten vallen.

Dekker tekende – met vrienden – voor de redactie van de reeks ‘Egodocumenten’, die uitgeverij Verloren op de markt bracht. In mijn boekenkast vormen ze een mooie serie. Met Arianne Baggerman schreef hij een prachtig boek over Otto van Eck, aan de hand van Otto’s egodocument. Nu dan is er een schitterend repertorium van egodocumenten, samengesteld door Ruud Lindeman en Yvonne Scherf, ingeleid door Arianne Baggerman en Rudolf Dekker. De laatste voerde ook de redactie van het boek, dat al in 1993 in een arbeiderseditie verscheen en nu dan in een onherstelbaar verbeterde versie het licht ziet. Van groot belang is de inleiding, waarin de ontwikkelingen in de egodocumentenstudie sedert 1993 op heldere wijze worden beschreven en geanalyseerd.

Het grote belang van het boek ligt in de aanmoediging tot studie. Bij de verschillende egodocumenten zijn ook verwijzingen naar recente publicaties te vinden, een aanwijzing dat de 1993-editie van het repertorium niet zonder gevolg en vervolg is gebleven.

Het repertorium opent passend met Erasmus, die in 1523 de door hem afgelegde weg in kaart bracht. Niet helemaal duidelijk is of dat wat in het Repertorium genoemd wordt, identiek is aan het Compendium vitae, Erasmus’ autobiografie waarover Willem Otterspeer in zijn Lof der dubbelzinnigheid (Amsterdam 2016) onlangs schreef.

Als nummer 141 is daar Jacob Campo Weyerman en daar wordt, zoals het hoort, verwezen naar deel 4 van de Konstschilders, waar het opgesmukte levensverhaal van Weyerman inderdaad te vinden is. Er is ook een verwijzing naar de autobiografie, zoals die te vinden is in Geconfineert voor altoos, de editie van de processtukken die André Hanou en Karel Bostoen in 1997 bezorgden. Ten onrechte wordt die autobiografie, die in Geconfineert opgenomen is, als een ‘nieuwe uitgave’ gekwalificeerd. Het is de weergave van de autobiografie, zoals die in het zogeheten Brussels handschrift te vinden is. Er zijn wel overeenkomsten met de autobiografie uit de Konstschilders, maar ook verschillen. Tot mijn spijt bevat het Weyermannummer meer onjuistheden. Weyerman is niet geboren in Breda en zijn vader heette geen Jacob en was geen lakei.

Dit alles is vitten in de marge. Wat het repertorium laat zien, is dat veel Nederlanders het bescheiden zwijgen over zichzelf lieten varen en zich rechtvaardigden (of beschuldigden) in geschrifte. Via het repertorium kan de bekendheid aangeknoopt worden met honderden landgenoten die wat te vertellen hebben over zichzelf, anderen, hun tijd en leefomgeving.— Peter Altena

Egodocumenten van Nederlanders uit de zestiende tot begin negentiende eeuw. Repertorium. Uitgeverij Panchaud Samenstelling Ruud Lindeman en Yvonne Scherf. Inleiding Arianne Baggerman en Rudolf Dekker, en de redactie was in handen van Rudolf Dekker. ISBN 978-90-820779-8-8; 367 blz., Prijs: € 17,50 (367 blzz.). Informatie hier.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Één reactie op Egodocumenten, een schitterend repertorium

  1. Dan mag ik hopen dat ‘Reisverslagen van Noord-Nederlanders uit de zestiende tot begin negentiende eeuw. Een chronologische lijst’ (Rotterdam, 199) dat destijds als een soort vervolg verscheen ook in een nieuwe, aangevulde editie gaat verschijnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *