Troost in druk

straatje vermeer

Het straatje van Johannes Vermeer.

vrijdag 5 augustus 2016 – Pieter van Winter (1745-1807)  was het enige kind uit het huwelijk van Nicolaas Simon van Winter (1718-1795) en Johanna Muhl dat de volwassen leeftijd zou bereiken. Kort na het overlijden van Johanna – in 1768 – trad vader Van Winter, zoals bekend, in zijn tweede huwelijk, nu met Johanna’s vriendin, de gelauwerde dichteres Lucretia Wilhelmina van Merken (1721-1789).

Vlak voor dat tweede huwelijk trok Nicolaas Simon zich uit zijn zaak (makelaardij in verfstoffen, vooral indigo) terug en liet deze over aan zoon Pieter, die zich begin 1770 associeerde met zijn oom Jacob Muhl, de broer van zijn moeder Johanna. De twee mannen handelden samen verder onder de naam Jacob Muhl & Van Winter, gevestigd in Amsterdam.

Van Winter, getrouwd met Anna Louisa van der Poorten, bracht tijdens zijn werkzaam leven een uitzonderlijke verzameling schilderijen bijeen, waaronder werk van Rembrandt (de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit), Het straatje van Johannes Vermeer (onlangs gelokaliseerd dankzij Frans Grijzenhout), Jan Steen, Frans van Mieris en Gerard Terborch. Deze collectie, die uiteindelijk zo’n 180 werken omvatte, was ondergebracht in een galerie achter het huis: Saxenburg aan de Amsterdamse Keizersgracht, en zou later deels in de collectie Six stralen; Pieters dochter Lucretia Johanna van Winter trouwde in 1822 te Amsterdam met jhr. mr. Hendrik Six, heer van Hillegom (1790-1847).

Pieter van Winter bemiddelde ook als makelaar (of commissionair) op een ander gebied dan verf. In april 1775 compareerde de Nijmeegse ongehuwde, vermogende Elisabeth Klein Pennink, in het gezelschap van haar broer, voor haar stadgenoot, notaris Anthony van Daelveld. Zij verleende Van Winter volmacht om zich namens haar te vervoegen bij de ‘Heeren administrateurs of directeurs van de societeit binnen Amsterdam opgerigt onder de sinspreuk Troost in druk’.

‘Troost in druk’: een fraaie naam voor een letterkundig genootschap zou je denken. Nee, natuurlijk niet, daar gaat het immers niet om geld, wel bij (commerciële?) sociëteiten (ik ga even voorbij aan de verschillen tussen beide typen), zoals ‘Troost in druk’ er kennelijk een was. Want dat was de volmacht die Van Winter uit Nijmegen meekreeg: hij moest voor Elisabeth als ‘trekkend lid’ niet alleen de eerstkomende jaarlijkse uitkering incasseren, maar haar voortaan ook vertegenwoordigen bij alle handelingen van ‘Troost in druk’.

De vraag is of Van Winter zijn Nijmeegse relatie lang heeft kunnen vertegenwoordigen. Dat de sociëteit geen lang leven was beschoren zou je namelijk kunnen afleiden uit een (ongedateerd?) stuk in het archief van de familie De Groot Jamin, waarin over de ‘dissolvatie’ van ‘Troost in druk’ wordt gerept. Ik heb het stuk, dat berust in het Stadsarchief Amsterdam niet geraadpleegd. Mogelijk was Van Winter als gevolmachtigde betrokken bij de liquidatie van de sociëteit, een onderzoekje waard, lijkt me, te meer daar het Stadsarchief en de Collectie Six voldoende aanknopingspunten bieden. – Pieter van Wissing.

¶ Bronnen: Regionaal Archief Nijmegen, archief notaris Anthony van Daelveld, akte 423 van 12 april 1775; Stadsarchief Amsterdam, familiearchief De Groot Jamin, inv.nr 23.

In het Gelders Archief (FA Van Dam van Brakel, inv.nr 195) bevindt zich tussen ander veel moois een (onbekende?) brief van L.W. van Merken van 7 augustus 1760 aan Dirk van Dam van Brakel, waarin zij hem om een afschrift vraagt van een gedicht van haar schoonzus Agatha Maria Sena.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *