‘Bouwt gij een brug om droog te gaan?’

Over ‘De hoofdige boer’ van A.C.W. Staring (2)

Staring standbeeld

Standbeeld ACW Staring, vervaardigd door Frank Letterie (1986) in Vorden

vrijdag 12 augustus 2016 – Het gedicht ‘De hoofdige boer’ maakt deel uit van de sectie ‘ Verhalen’ van de Verzamelde gedichten. Net als ‘De Vampyr’ en de delen van de Jaromir-cyclus, kortom de gedichten waar de kleine faam van Staring op gebaseerd is. Behalve ‘Verhalen’ telt de bundel ‘Puntdichten’, die geordend zijn in tijdvakken van ontstaan, ‘mengeldichten’, kleine liederen. Volledig is de uitgave van Verzamelde gedichten niet: de gedichten die Staring als wonderkind bijdroeg aan het Haagse dichtgenootschap ‘Kunstliefde Spaart Geen Vlijt’ heb ik in de bundel niet kunnen vinden.

In de reeks ‘Verhalen’ speelt Zutphen een belangrijke rol: het gedicht ‘Het vogelschieten’ heeft als ondertitel ‘Eene Zutphense Vertelling’’, ‘De Hoofdige Boer’ heeft dezelfde ondertitel, een van de avonturen van Jaromir speelt zich af in Zutphen en van ‘De tuchtiging der Algerijnen’ biedt Staring behalve een versie in het ‘Boeren-Zutphens’ nog eentje in het Nederlands. De aanwezigheid van Zutphen in de gedichten van Staring verdient een bijzonder vergelijkend onderzoek, maar ik beperk me hier tot ‘De hoofdige boer’.

De fabel van ‘De hoofdige boer’ is eenvoudig en gemakkelijk naverteld. Lang geleden stond er een kerkje in Almen. De kerkgangers die het kerkje wilden bereiken, moesten echter door een ‘voord’, een water dat de weg doorsneed. Met natte voeten naar de kerk dus, wat ten koste ging van gezondheid en kleding. Dat ging een hele tijd door, tot een ‘Kerkedienaar’ in het kerkje de aanwezigen vertelde dat dit zijn laatste preek was als er geen brug over de ‘voord’ zou komen. Dat lieten de lui van Almen niet op zich zitten en zij bouwden, tot genoegen van iedereen, een brug over de ‘voord’. Iedereen blij?

Op één na: Scholte Stuggink! Die weigerde gebruik te maken van de brug en verkoos het doorwaden van de ‘voord’. Naar de zin van zijn vreemde gedrag gevraagd, antwoordde Stuggink dat wat goed was voor ‘onze ouders’ ook voor hem goed was:

Bouwt GIJ een BRUG om droog te gaan?
Ik kom er ook, met LAARZEN aan!

Einde verhaal! Einde van een moppig verhaaltje, zoals ‘De Vampyr’ dat eigenlijk ook is.

Op het eerste gezicht lijken de rollen in ‘De hoofdige boer’ comfortabel verbeeld: het dorp kiest voor vooruitgang en gezondheid, de norse Scholtebuur – hij is de ‘koppige’ boer, zijn naam ‘Stuggink’ spreekt een boekdeeltje – verkiest de traditie en het ongemak. Modern tegenover ouderwets. Op het tweede gezicht is het ingewikkelder.— Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *