‘De meeste Violisten streken valsch’

Een onbekend collegium musicum uit Amsterdam (±1730)

Kamerorkestwoensdag 17 augustus 2016 – Deze tekening – Concert with Wolfgang Amadeus Mozart. Drawing by Johann Joseph Zoffany – is een paar jaar geleden op een veiling in Brussel afgehamerd voor het bedrag van € 11.000. Zo stellig als de toeschrijving aan de schilder Zoffany is, zo zeker is Dexter Edge, werkzaam aan de University of Michigan in Ann Arbor, over het feit dat Zoffany absoluut niet de maker is. Ook toont hij aan dat het jongetje naast de klavecimbel eenvoudigweg Mozart niet kán zijn. Er is, kortom, te veel betaald voor deze fraaie tekening van een (zo lijkt het) huiskamerconcert.

Ik moest aan de tekening denken toen ik het artikel las van Kees Vlaardingerbroek over een onbekend Amsterdams collegium musicum (±1730) in de laatste aflevering van Studi vivaldiani. Hierin geeft hij een korte schets van het muziekleven in de Republiek, met name over de concerten die onze 18e-eeuwse voorvaderen hebben bijgewoond. De kern van het artikel gaat echter over de collegia musica die, anders dan de stadsmuziekcolleges, buiten de stedelijke overheden om opereerden. Het waren muziekverenigingen die ‘liefhebbers’ een platform boden om onder leiding van een professional zelf muziek te maken.

Uit de stadsrekeningen blijkt dat Amsterdam geen stadsmuziekcollege had en ook zou er in de eerste helft van de 18e eeuw geen collegium musicum zijn geweest. De Schouwburg daarentegen beschikte wel over een klein orkestje dat van overheidswege werd gefinancierd. Verder was er aan de roomskatholieke Mozes- en Aäronkerk een muziek collegie van amateurs en professionals verbonden, dat tijdens de kerkdienst zorg droeg voor de muzikale omlijsting.

Toch moet er in Amsterdam een collegium musicum zijn geweest. Vlaardingerbroek, artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest en NTR ZaterdagMatinee, gaat uitgebreid in op deze tot nog toe onbekende Amsterdamse muziekvereniging. Aanleiding is een lange beschrijving van een bijeenkomst ervan in De Hollandsche waereld (1732). Dit lijvige werk bestaat uit twintig brieven, geschreven door ene A.Z. uit Zweden, over zijn reis door de Republiek. Bij het optekenen van zijn observaties neemt deze geen blad voor de mond, wat Justus van Effen de Zweed in de Hollandsche Spectator (nrs. 106 en 113), in zijn bespreking van de brieven, ‘een vuilaardig en onbezonne lasteraar van een gansch volk’ doet noemen.

De 18e brief van De Hollandsche waereld (p. 391) bevat een gedetailleerde weergave van een bijeenkomst van het Amsterdamse collegium musicum. Het concert vond plaats in het huis van ene L. te Amsterdam. Aan de ene kant van de kamer (‘eene ruime Zaal’) stonden stoelen ‘halvemaans gewyze achtereen geplaatst’. De bijeenkomst begon met een discussie over de werken van ‘Corelli, Albinoni, Vivaldi, Valentini, Buonporti, Bononcini, Bassani, Pollaroli, Motta, en van nog ontallyke meer’.

Corelli vonden ze ouderwets maar nog altijd ‘goed en aangenaam’. De muziek van Vivaldi daarentegen vond men ‘wild, capricieus, aan gene regelen gebonden, vol van wanklanken, en overal zo onregelmatig, dat ‘er geen hoofd nog staart aan was te vinden, en dat het oor nooit rust nog genoegen kon hebben’ (p. 395). Het werd een verhit debat waarbij de aanwezigen elkaar verweten dat ze weinig tot geen verstand van muziek hadden. Het was immers de extravagantie die de muziek van Vivaldi juist zo goed en aangenaam maakte!

Daarna begon het eigenlijke concert. Verbaasd luisterde de Zweedse bezoeker naar het ‘verward getink, tink, tink door malkander’, waarmee de instrumenten werden gestemd. Het duurde wel een half uur. ‘By ons, als daar gemusiceert zal worden, stelt men de Instrumenten van te voren’, schrijft de Zweed, en ook doet men dat ieder apart en nagenoeg geruisloos (p. 398). Na drie kwartier begon het dan echt. ‘De meeste Violisten streken valsch’ en waren weinig maatvast. De buurman van de Zweed vond het echter een knap staaltje werk. Dit beaamde de Zweed, beleefdheidshalve, en voegde er zuinigjes aan toe dat ‘men in ons land betere ooren heeft’.

Leuke tekst dus, vooral daar waar een zanger wordt beschreven wiens mond ‘zo wijd open [stond] dat ‘er gemakkelyk een vuist in zou gekonnen hebben’ (p. 401). Ook hilarisch is de beschrijving van een zangeres die ‘zo horribel charmant’ een lied ten gehore bracht ‘dat het perfect was als of men de katten in maart hoorde krollen’ (p. 407). De brief is in zijn geheel opgenomen in het artikel van Vlaardingerbroek.— Rietje van Vliet

¶ Kees Vlaardingerbroek, ‘“Extravagant” Vivaldi or “Pleasant” Corelli? A Heated Debate within an Amsterdam Collegium Musicum around 1730’, in: Studi vivaldiani 15 (2016), p. 103-118. Volledig te downloaden op de website van het tijdschrift. Het artikel van David Edge over de tekening van Zoffany vind je hier.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *