Bacchante Betsy

Gerard de Lairesse verheldert een ‘Tijgerlelie’ van Piet Paaltjens

lairesse-slapende-bacchantedonderdag 22 september 2016 – In Rijksmuseum Twenthe is een indrukwekkende overzichtstentoonstelling van het werk van Gerard de Lairesse (1640-1711) te zien. Wat een indrukwekkende vlootschouw. Veel schilderijen en etsen van De Lairesse geven te denken.

Opvallend is de combinatie van christelijke – ja roomse – en klassieke onderwerpen, opvallender nog de combinatie of tegenstelling tussen oppassende en burleske onderwerpen. In de biografie van De Lairesse wemelt het van Naakte Meisjes in het atelier. Geen begin van bewijs, maar wie als De Lairesse zijn gezicht geschonden wist door syfilis moest wel zijn hele leven een pervert zijn.

Een opvallend ohlala-schilderij is ‘Slapende baccchante’, dat volgens de rijke catalogus die de tentoonstelling begeleidt, gedateerd moet worden tussen 1680 en 1685 en verblijf houdt in Kunsthalle Bremen. Wie nu, zoals ik afgelopen zondag, naar het schilderij van de Naakte Vrouw kijkt, weet zich betrapt: ja, wel je bril afdoen en de bacchante met een zogenaamd kunsthoofd inspecteren – interessant, zeer interessant – en het ‘Offer aan Pales’ terloops beschouwen. Jaja!

Wat de afbeelding van de ‘Slapende bacchante’ – volgens de catalogus een ‘pin-up avant la lettre’ – beslissend de-erotiseert is de bezopenheid van de blote schone, een lege kan ligt bij haar linkerheup en bewijst dat de vrouw lam is. Dronken mensen, die houd je het liefst op een veilige afstand. Behalve natuurlijk als je zelf kachel bent.

Zo’n anderhalve eeuw later zag de dichter, die in ‘Aan Betsy’ (een van de vier ‘Tijgerlelies’) van Piet Paaltjens het woord gelaten wordt, in zijn herinnering de ‘rijzige figuur’ van de bewonderde vrouw ‘op het mos’ liggen, ‘in hartverovrend achtelooze houding’. Deze bacchante had zich gelaafd aan witte port en was in slaap gevallen, terwijl de dichter ‘schilderachtig op den tronk eens duizendjaargen eiks’ leunde en zich overgaf aan zelfbeklag. Het is treffend dat hier het woord ‘schilderachtig’ wordt gebruikt, wat een picturale (en kunstmatige) associatie wekt. Betsy ging hier weliswaar gekleed – het tegenovergestelde had de dichter zeker gekweld – maar haar rol is onmiskenbaar die van de bacchante van het schilderij van De Lairesse.

Waar het schilderij van De Lairesse als het ware een dialoog – een pijnlijke, moeizame – aangaat met de kijker-voyeur, daar spreekt de dichter van Paaltjens de eertijds dronken Betsy aan en is de lezer de beschouwer, die deze botsing tussen ordinair en verheven geamuseerd, van een veilig afstandje, opneemt.

In het schilderij en het gedicht ontwapent de vrouwelijke dronkenschap de begeerte van de mannelijke kijker. Koude douche!

Of Haverschmidt het schilderij van De Lairesse heeft gezien? Niet waarschijnlijk, maar hij kende het bacchantenverhaal en varieerde op het thema zoals De Lairesse dat op zijn manier ook deed.—Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *