Weyerman als secondant bij een artistieke fittie

Duel tussen Adriaan van der Werff en Gerard de Lairesse

Zelfportret van Adriaan van der Werff

Zelfportret van Adriaan van der Werff

maandag 26 september 2016 – De schitterende De Lairesse-tentoonstelling in Enschede leidt in kringen van Campisten als vanzelf tot de vraag wat Weyerman over De Lairesse heeft geschreven. Een korte ‘levensbeschrijving’ van De Lairesse is te vinden in het tweede deel van de Konstschilders, een deel dat bij leven van Weyerman verscheen.

Over deze biografie heeft Eva Boom in 2001 in de Mededelingen nauwkeurig geschreven. Haar artikel over Weyermans denkbeelden over kunst is zo ‘bruikbaar’ – om het adjectief te gebruiken, waarmee André Hanou zijn grootste lof uitdrukte – dat het de onvoltooidheid van Eva Booms Weyerman-onderzoek alleen maar betreurenswaardiger maakt. Gelukkig is er na 2001 op dit onderzoeksterrein wel vooruitgang geboekt. Denk alleen maar aan het belangrijke artikel van Lyckle de Vries (in de huldebundel voor Peter Hecht).

In zijn De Lairesse-bio verplaatste Weyerman de scène naar Rotterdam. Daar werd in 1713 – twee jaar na de dood van De Lairesse – de collectie van Adriaan Paets verkocht. De schilderijen werden er getoond om de kooplust aan te wakkeren. Een uitgelezen mogelijkheid voor kunstliefhebbers om te zien wat ze doorgaans niet te zien kregen. Daar hingen naast elkaar een schilderij van De Lairesse ( ‘Antiochus en Stratonice’) een eentje van Adriaan van der Werff (‘Abraham en Hagar’). Weyerman liet zich bij het bekijken van de schilderijen ontvallen dat Van der Werff ‘een kwaad buurman aan dat van den Luykenaar’ had. Weyerman liet beide schilderijen met elkaar duelleren – een fittie! – en De Lairesse won met een ‘knock out’.

De woorden van Weyerman hadden zich in Van der Werffs geheugen genesteld en hadden daar hun werk gedaan. Drie of vier jaar na de veiling – 1716 of 1717? Bij gelegenheid van Weyermans bezoek aan de schilderijenverzameling van de Rotterdammer Jaques Meijers? – troffen Weyerman en Van der Werff elkaar. Van der Werff vroeg Weyerman om opheldering: wat hadden die woorden van Weyerman te betekenen?

Weyerman noteerde dat hij antwoordde – ‘half Hoveling en half Soldaat’, een nauwkeurige zelftypering – dat het schilderij van De Lairesse ‘kraakte van goude, zilvere en bronze cieraaden’ en dus alles wat in de omgeving te zien was ‘overkraaide’. Een uitvlucht, om krenking en ruzie te voorkomen.

In zekere zin ging die ruzie natuurlijk verder in de De Lairesse-bio. Voor Weyerman is het evident dat De Lairesse de betere schilder was. In Enschede is er geen strijd, maar wie de ogen en kunstopvattingen van Weyerman even leent, zal moeten toegeven dat De Lairesse op zijn best voortreffelijk is.— Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *