Quasimodo’s in de Scheldevallei

Jonge snaken als wilde klokkenluiders

beeld-van-klokkenluidster-lammeghien-boonstra-voor-de-kerk-in-steenwijkdinsdag 18 oktober 2016 – In het tijdschrift Biekorf. West-Vlaamse Archief voor Geschiedenis, Archeologie, Taal- en Volkskunde 116 (2016), nr 3 ( p. 352-355) trok een kort artikel van Lucien van Acker mijn aandacht. Het was getiteld ‘De wilde klokkenluiders uit de Scheldevallei’ en het beschrijft wangedrag van jongeren, in het bijzonder in de achttiende eeuw. Als het toezicht van meneer pastoor en andere kerkelijke functionarissen wat te wensen overliet, maakten ‘jonge snaken’ zich schuldig aan ‘wildluiderij’.

Wildluiderij? Belletje trekken? In allerlei Vlaamse dorpen, maar ook in dorpen in Friesland elders in Noord-Nederland, trokken jongeren in het geheim en wild aan de klokstringen, wat niet alleen een duivels kabaal veroorzaakte, maar ook meer dan eens leidde tot beschadiging van de klokken, ja zelfs tot het barsten ervan.

Een enkele pastoor slaagde erin om het wangedrag ‘een plaatsje te geven’. Hij nodigde de jongeren uit om op Allerzielen de lokale klokken te luiden.

In het prachtige boek Rituele repertoires van Gerard Rooijakkers zag ik zo gauw geen sporen van ‘wildluiderij’ in Noord-Brabant, maar onwillekeurig las ik enkele bladzijden met verhalen over charivari.

De benadering van de pastoor die de plaatselijke Quasimodo’s ruimte gaf om rebels te zijn, maakte intussen school. Wat fatsoen was ergerde zich in de vorige eeuw jarenlang aan de ‘milieuvervuiling’ die graffiti heette. Jonge snaken, die bij nacht en ontij hun ‘tags’ plaatsten, werden echter ouder en verlangden naar een regelmatig leven. Beangrijker: de overheid gaf de graffiti-artiesten – ‘óók kunst’ immers – lege muren om hun afbeeldingen op aan te brengen. Stout wordt braaf.— Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *