De weg naar het hart van Vlaanderen gebaand

Het langverwachte deel over de geschiedenis van
de literatuur in de Zuidelijke Nederlanden

dinsdag 10 januari 2017 – Nog geen maand geleden verscheen het écht laatste deel van de nieuwe ‘Geschiedenis van de Nederlandse literatuur’, het deel over de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden 1700-1800. Op de titelpagina van het boek staat als jaar van uitgave 2017, terwijl ik het in de laatste week van 2016 gelezen heb.

De schrijver is de historicus Tom Verschaffel en hij heeft een bewonderenswaardig boek geschreven over een tijdvak dat in het Zuiden nul komma nul onvergetelijke meesterwerken heeft opgeleverd. Al in het begin van zijn litteratuurgeschiedenis bestrijdt hij de gedachte dat in zijn studie pleidooien voor een nieuwe canon gelezen mogen worden.

Op de eerste bladzijden ontwikkelde ik wel enig medelijden met de onvermoeibare en zachtmoedige Jozef Smeyers (1926-2009) die zijn hele werkzame leven zijn best gedaan heeft om de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden een gezicht te geven. Smeyers is ook de auteur van een eerder verschenen literatuurgeschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. Die literatuurgeschiedenis had in het Noorden een goede naam. In de bibliografie die de studie van Verschaffel besluit, zijn ruim dertig nummers van Smeyers te vinden. Verschaffel erkent de verdiensten van Smeyers zeer, maar kiest resoluut voor een andere aanpak.

Eén van Verschaffels uitgangspunten is de meertaligheid van de Zuidelijke Nederlanden: naast het Nederlands (‘Vlaams’) waren er het Latijn en het Frans. De keuze voor de ene of de andere taal was door de positie in de maatschappelijk hiërarchie bepaald. Geleerdheid koos voor het Latijn, literatuur en geleerdheid voor het Frans, de geloofsverkondiging en het rederijkerstoneel geschiedde in het Nederlands. Zeker in zijn eerste hoofdstukken schetst Verschaffel een nauwkeurig en overtuigend beeld van de (sociale) gelaagdheid van de Zuidelijke Nederlanden en de talige samenhang.

Verschaffels positionering is verhelderend en dat niet alleen. Hoewel de auteur zich zorgvuldig onthoudt van polemiek met Inger Leemans en Gert-Jan Johannes, de auteurs van het Noord-Nederlandse boekdeel over de achttiende eeuw, gaat in Verschaffels benadering wel enige kritiek schuil op het fantastische boek van Leemans en Johannes. Leemans en Johannes hadden natuurlijk het grote geluk dat de voorbije veertig jaar de literatuur van de achttiende eeuw in het Noorden met grote vlijt en met veel personeel bestudeerd is én dat het die eeuw in Nederland niet ontbreekt aan grote auteurs en grootse boeken. Maar – ik heb het elders al eens genoteerd – Leemans en Johannes negeren of minimaliseren de veeltaligheid in het Noorden: Belle! Hemsterhuis! En dan die scholen neo-latijnse dichters in academiesteden? In de boekhandels van het Noorden lag óók veel Franse literatuur. Door de nood geboren ziet Verschaffel hier veel scherper.

Wat me in het boek van Verschaffel geweldig trof, was de rol die rederijkerskamers speelden als waakhonden van rechtzinnigheid en goede smaak. Ondeugende teksten werden zonder enige genade vernietigd. Een auteur die zich een keer vergaloppeerde, mocht het nog wel een tweede keer proberen, maar de kamer liet bezorgde blikken gaan over dat nieuwe werk.

De laatste paragraaf van het boek, die over de politieke strijd (in en via de literatuur), heb ik met genoegen en rode oortjes gelezen. Daar zit meer in! Jammer genoeg maakt Verschaffel geen gebruik van de kronieken, zoals Jan Baptist Hous en Jozef Van Walleghem die nalieten, en evenmin van het fantastische stripalbum Tijdsgebeurtenissen van Pierre-Antoine-Jospeh Gioetbloets, dat in de KB van Brussel bewaard wordt.

Ook enkele titels van tijdschriften (en een enkele roman van Vervisch) genoteerd die ik bij gelegenheid wel eens nader wil zien. Met genoegen las ik dat Verschaffel op de laatste bladzijden ook enkele persoonlijke helden – Warren Zevon en Ivan Toergenjev – huldigt. Iemand met zoveel goede smaak is een betrouwbare gids.—Peter Altena

¶ Tom Verschaffel, De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. 1700-1800 De Zuidelijke Nederlanden. Amsterdam, Prometheus 2017. Prijs: € 39,99 (332 blz.).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *