Twickel, Wassenaar en Wezel

Een ‘bedrieger’ van Sjouke Gerrit Wezel.

donderdag 19 januari 2017  – Eind vorig jaar ‘reüniëerde’ ik met oud-studiegenoten (archiefopleiding midden jaren tachtig) op Twickel, ooit eigendom van Unico Wilhelm graaf van Wassenaar Obdam (1692-1766), staatsman, diplomaat en componist. Een mooie, heldere dag. De studiegenoten – we hadden elkaar tien jaar niet meer gezien – hadden optisch weinig geleden, het was een enthousiast weerzien.

Ons vorige bezoek aan Twickel dateerde al weer van jaren her. Huisarchivaris Aafke Brunt leidde ons met twee collega’s rond door het enorme kasteel met dito bibliotheek en archief en gedrieën verstrekten zij ons even gulle als adequate informatie. Nee, niks Weyerman, wel veel andere achttiende-eeuwse banden. Daarvoor ga ik nog eens terug, het was in alle opzichten een geslaagd bezoek.

Uit de tentoongestelde stukken licht ik er een uit, een sollicitatiebrief van de waarschijnlijk uit Duitsland afkomstige Sjouke Gerrit Wezel van 12 oktober 1791. Hij was schoolmeester in het Friese Wirdum, maar wilde daar weg. In Wassenaar was een vacature ontstaan: organist en schoolmeester, een post die ter begeving van de graaf van Wassenaar stond.

De sollicitant richtte zich tot de Wassenaarse baljuw A. van der Does. Na zijn prachtig gecalligrafeerde brief stuurde Wezel hem ook enkele zogenoemde bedriegers, een getekend spel met letters en teksten, literatuur en cultuur. Ik ken ze alleen uit Speels Vernuft, het boekje dat Jan Bosch in 1981 uitgaf met rebusbrieven en bedriegers van Bilderdijk.

Wezel was niet zo vindingrijk als Bilderdijk en had evenmin diens tekentalent, maar wist wel wat hij wilde. Met de brief en bedriegers bewees hij zijn geschiktheid als onderwijzer en organist. Hij wilde altijd al ‘in Holland geëmplojeerd worden’ en lichtte toe: ‘Hier in Vriesland kan ik mijn Oogmerk niet regt bereiken; namelijk om ééne Nieuwe en beteren manier van onderwijs intevoeren. Men is hier te zeer aan het Oude gehegt! …’. Hij wenste een gesprek met de baljuw om de nieuwe onderwijsmethode uiteen te zetten.

De bedriegers moesten zijn ‘Konst’ en vaardigheden accentueren. Dat hij psalmen kon zingen, rekenen en historisch onderlegd was blijkt uit de collage van de teksten. Maar het mooist vind ik het zelfportret, die hemelse blik, dat springerige haar.

Wezel was van de acht sollicitanten de beste. Maar hij had nog wat eisen, zo bleek na het gesprek, waarbij hij ook de graaf had ontmoet: ’Zou het niet kunnen geschieden, mijn Lieve Graaf! dat het Huis verbouwd wierde? voorzien van Bedsteeden beneeden, houte vloeren etc.’ De graaf vond dat het woonhuis precies bij de functie paste en ging er niet op in. Hij mocht wel enkele honden houden, maar de overtocht werd niet vergoed.

Eenmaal in Wassenaar kreeg de patriotse Wezel ook van de ‘menschen alhier’ tegenwerking: ‘moest een Mof en Patriot zwart gemaakt worden?’ Maar hij stoorde zich niet aan praatjes ‘als ik bij mij zelven wel overtuigd ben, wel te doen’. In ieder geval was hij in 1816 nog in functie. Hij werd toen wel genoodzaakt akkoord gaan met een soort demotieregeling avant la lettre. Jaarlijks moest hij 150 gulden inleveren om een tweede onderwijzer te kunnen bekostigen. – Pieter van Wissing.

Bron: Huisarchief Twickel, inv.nrs 7356-7358, 7368 en 7376.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Één reactie op Twickel, Wassenaar en Wezel

  1. Aafke Brunt schreef:

    Zouden er naar aanleiding van dit artikel nog meer bedriegers opduiken?
    Ik ben benieuwd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *