De Vliegende Hollander in de wereld en Terneuzen

Voorouders en nazaten van kapitein Van der Decken

dinsdag 24 januari 2017 – Dat de befaamde Vliegende Hollander ooit zijn eindeloze loopbaan was gestart in Terneuzen, was me al een paar jaar geleden onthuld.

Met mijn zoon Gerrit bezocht ik mijn oom Gerrit, die er woonde, en we wandelden door een koud stadscentrum van Terneuzen. En of hij ons op het bordje wees of dat ik het zelf het eerste zag, weet ik niet meer, maar wel dat ik mijn scepsis voor mijn oom verborgen hield. Hier zou de verdoemde kapitein Van der Decken zijn levensdagen zijn begonnen. Ik dacht ‘ja ja’ en zei ‘goh’, om mijn zoon Gerrit de geschiedenis in ruwe trekken te schetsen. Hij kende de hoofdpersoon al van de film, de Pirates of the Caribbean.

In 2015 verscheen een boekje over De Vliegende Hollander en Terneuzen, geschreven door de in Maastricht werkzame cultuurwetenschapper Agnes Andeweg. Ik had wel eens wat van haar gelezen, een artikel over Frans Kellendonk en het spookverhaal Letter en Geest. De herinnering aan het bezoek aan Terneuzen stond me ook nog goed bij. Het boekje over de Vliegende Hollander, eerlijk gezegd, had ik bij verschijning nergens gezien. En nu lag het in Den Bosch in de uitverkoop.

Het feestelijk geïllustreerde boekje leest als een trein. Aan de orde komt behalve de geschiedenis van de legendevorming en de verbinding met Terneuzen. Die laatste verbinding is niet altijd verheffend: het zijn lokale historici en middenstanders die dun garen spinnen bij de overtuiging dat de Vliegende Hollander ooit in hun stad opgroeide. Als de verbinding al bestaat, verschijnt die wel wat sneu in de city marketing.

Het was de Britse schrijver Frederick ‘Captain’ Marryat die in zijn roman The Phantom Ship (1837) de al enige tijd in de letteren rondzwervende Vliegende Hollander een Terneuzense komaf gaf. Voorgangers van Marryat hadden de Hollander een thuis in Amsterdam gegeven.

Agnes Andeweg geeft George Barrington de eer als het gaat om de schepping van de Vliegende Hollander. Hij zou zijn opgedoken in het reisverhaal A Voyage to New South Wales (1795). Sindsdien maakte de Hollander carrière in de Britse literatuur, in de Duitse (Heine!) en de Nederlandse.

In haar analyse van de Vliegende Hollander schiet Andeweg naar mijn smaak hier en daar wel door. Bijvoorbeeld waar ze voorstelt om het verhaal te lezen ‘als een verhaal over historische globalisering, over groeiende markten en internationale concurrentie’. Ook de associatie van de gedoemde kapitein met de slavenhandel lijkt me het resultaat van een overvragen van verhaal en traditie.

Wat ik wél geloof, is dat de figuur van de Vliegende Hollander een product is van de Britse afkeer van Hollanders. Je hoeft het werk van Defoe, bijna driekwart eeuw eerder dan dat van Barrington, maar globaal in te zien en je staat versteld van de afkeer van Hollanders: allemaal vloekbeesten gedreven door begeerte naar geld, meer geld. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *