Lof voor Engeland

vrijdag 23 februari 2017 – De heren hadden het dik voor elkaar. Mooi weer, goede zin en een gevulde beurs. Vijf weken Engeland stonden op hun programma. De tocht zou in de late zomer van 1769 voeren van Middelburg via Calais en Dover naar Londen.

Deze heren waren de gebroeders Isaac en Paul Hurgronje, Paulus Ribaut en Johan Steengracht. De laatste hield een dagboek bij dat hij later thuis weer in netschrift zou uitwerken. De familie Steengracht werd later eigenaar van kasteel Duivenvoorde te Voorschoten. Daar, in de bibliotheek, ligt nu dit dagboek. Irene Storm van Leeuwen heeft het voorbeeldig uitgegeven.

Het waren alle vier Middelburgse regentenzonen, uit een welgesteld milieu, die de Latijnse school doorliepen en (behalve Ribaut) rechten studeerden en ambtelijke posities bekleedden in of namens hun geboortestad.

Tijdens de 34 dagen die het reisje duurde lieten ze het zich aan niets ontbreken. Op een paar shilling meer of minder werd niet gekeken, men reisde comfortabel per koets, logeerde in de beste hotels, liet smakelijke maaltijden opdissen en het weer zat in deze septemberdagen mee.

Londen met zijn bijna een miljoen inwoners maakte natuurlijk grote indruk. Na hier goed te hebben rondgekeken ‘resolveerden’ de heren om nog ‘een landreisje te doen’. Dat werd een een uitstapje per ‘postchaise’ naar steden als Portsmouth, Salisbury, Bath, Bristol en Oxford, waarbij zich nog een zoon van Ribaut voegde.

Het was een typisch toeristisch reisje, hoewel er ook zakenrelaties werden bezocht en men een aantal havenwerken bekeek, altijd nuttig voor leden van de Admiraliteit.

Maar verder ging het van stadspaleis naar park, theater en concert, en van landhuizen met de aanpalende tuinen naar kerk en kathedraal. Zoals in zoveel van dit soort verslagen is er de neiging tot exactheid. Afstanden, afmetingen, jaartallen, bouwkosten en prijzen van vervoer en spijzen – die laatste als sporen van een bijgehouden kasboekje – werden precies vermeld.

Het meeste wat men bekijkt wordt geprezen en de kwalificaties van Steengracht lopen dan ook uiteen van schoon, fraai, zeer fraai en ongemeen fraai tot magnifiek en superbe.

Was er dan geen tegenslag of ongemak?

Eigenlijk zelden. Ja, de visitaties bij de douane waren hinderlijk en de vijftien glasblazerijen van Bristol walmden op een vreselijke manier. En een kleine domper op de terugreis was de nachtelijke oversteek van Sas van Gent naar Vlissingen in een stinkende, vervuilde schuit.

Steengracht kocht op zijn reis ook souvenirs. Daartoe behoorden een reeks topografische gravures van Londen en van de plaatsen die ze buiten de stad bezochten. Die zijn alle royaal gereproduceerd in dit boek opgenomen. – Roelof van Gelder

¶ Irene Storm van Leeuwen-Van der Horst, Reislustige Zeeuwse regenten. De reis van Isaac en Paul Hurgronje, Paulus Ribaut en Johan Steengracht naar Londen in 1769. Uitgeverij Verloren, 240 blz. € 29,-

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *