Voetnoot (2)

Weyerman en het verfoeijelijk Pasquil van Nathaniel Mist

dinsdag 21 maart 2017 – Op p. 331 van de Rotterdamsche Hermes (nr. 49, 26 Juni 1721) maakt Weyerman zich bijzonder kwaad over

Mr: Mist, de Drukker van het verfoeijelijk Pasquil tegens den Koning van Groot Brittanje, dat in zyn front met deze twee regelen van Maro prykt,
O Socii (neque enim ingnari Sumus ante malorum)
O passi graviora! Dabit Deus his quoque finem.

In De Rotterdamse woelreus legt Elly Groenenboom uit wie Nathaniel Mist was en waarom hij Weyerman niet lag: Mist was een rechtgeaarde Tory. Hij beschouwde Jacobus II en diens nazaten in mannelijke lijn als rechtmatige troonopvolgers. Daarom wees hij de Glorious Revolution van Willem III en het geharrewar met de daaropvolgende protestantse bezetting van de troon keihard af. Weyerman daarentegen was een volgeling van Willem III en onderschreef de door het parlement goedgekeurde opvolging door Queen Anne en uiteindelijk Georg Ludwig van Hannover, die koning George I werd.

Elly wist destijds het pasquil niet te traceren, maar inmiddels is duidelijk geworden om welke publicatie het gaat. Het is geen los pamflet, maar het blijkt de aflevering van zaterdag 27 mei 1721 (O.S.) van The Weekly Journal or Saturday’s Post te zijn, de krant die door Mist gedrukt en geredigeerd werd.

In de opening op de voorpagina schetst Mist een somber beeld van Engeland onder Cromwell en zijn zoon. Hij eindigt met een lofzang op de Restoration, het herstel van het huis Stuart als Engelse vorsten, met als grote feestdag 29 mei. Dat was de verjaardag van Karel II. Maar belangrijker nog: het was ook de dag waarop in 1660 Karel II in Londen was teruggekeerd en als vorst was ingehaald.

Maar, vraagt Mist zich af, is er in deze tijden van grote rampen nog wel reden om op die dag feest te vieren? ‘Shall we return Thanks for a Deliverance from Rogues with Swords in their Hands, when we are ruin’d by Footmen, Pimps, PATHICKS, Parasites, Bawds, Whores, nay, what is more vexatious, old ugly Whores?’, ‘the ungrateful Sinner, therefore, is a greater Foe to this Country than a South-Sea Director.’ en ‘Atheism, Rebellion, Adultery and Murther, with every other Vice, have had their impious Advocates’ zijn enkele zinnen die duidelijk maken hoe Mist Engeland sinds het verjagen van Jacobus II ziet. Geen wonder dat hij een paar weken later gevangen gezet werd, tot vreugde van Weyerman.

Weyerman maakt er geen gewag van, maar ook een ingezonden brief op de tweede pagina van de krant zal hem op zijn ziel getrapt hebben. Voor zover ik weet is het niet deze tekst waarop Mist is aangepakt, maar ik vind hem sterker dan het hoofdartikel. Ook nu nog is voor veel mensen herkenbaar dat het niet over een oude Romein, maar over de hertog van Marlborough en zijn Blenheim Palace gaat. Daarom citeer ik die brief hier in zijn geheel.

SIR,
I once more beg a Place in your Paper, to add something by Way of Supplement, to a most popular Pamphlet called Cataline, or the Case of the Conspirators. This Author has said little of MARCUS CRASSUS, who has been always in my Judgment the worst of that accursed Gang; tho’ I have formed my Notions of this Man from a Thousand little, mean, infamous, ungrateful Actions his History is swelled with; I apprehend, I need only to select one Instance out of them, to draw those who are unacquainted with History into my Opinion.
Those who have read Catiline must remember into what wretched Circumstances those detestable Traytors had brought the People. MARCUS CRASSUS, his Son in Law, his manumitted Slaves, and other Dependants, being the principal Agents in the hellish Conspiracy; we must not imagine CRASSUS, whose darling Passion was Money, would be without a large Share of the Plunder, consequent upon the Treason of his Followers.
When the Senate was labouring to close the gaping Wounds of the Publick, the City was alarmed at a Cause brought into the Forum, by several Builders, against the wealthy CRASSUS. The City had built a Palace for CRASSUS, upon a Triumph he obtained, which cost as many Roman Talents, as amount to 300,000 l. of our Money. CRASSUS had for several Years after the erecting of his Palace been adorning it, which brought on a Charge of 70000 l. more. Some of the Workmen he employed sued him for their Wages; the Praetors gave Sentence against CRASSUS, who from then appealed to the Senate, affirming, that whatever Expence he could lavishly throw away upon his Palace, by Virtue of a Decree of Senate, it was to be answered out of the publick Coffers.
Cruel and barbarous CRASSUS! Who, whilst he had five Millions lodged among the Veneti, the Belgae, the Ligurians, every Penny of which was the Spoil, the Plunder, or the Gift of the publick; was so inhuman, as to demand the Payment of his Debts out of the Treasury, then not so full as his own private Purse: At a Time, when the Cries of Poverty were universal, when CRASSUS was in a Habit of Body incapable of relishing any one Pleasure of Life, and when he had no Son to inherit his ill acquired Pelf.
‘Tis to me a Wonder that the Senate did not use him as they did Q. Annius. ‘Tis however a Piece of Justice to continue the Infamy of Traytors thro’ all Ages. Please to publish this Letter, and Thousands will know that Marcus Crassus, the wealthiest of the Roman Senators, was a mean spirited, abandoned Villain, who never heard of him before.
Yours, and my Country’s Friend,
BRITTANNICUS.

Mist wordt – terecht – nooit in één adem genoemd met Swift, Defoe, Addison of Steele, maar zijn teksten zijn zelden saai! En het zal niemand verbazen dat hij, door in roerige tijden teksten als deze te publiceren, zichzelf de gevangenis in schreef. En dáár kon Weyerman zich dan weer heel vrolijk over maken. —Jac Fuchs

Literatuur
Elly Groenenboom, De Rotterdamse Woelreus De Rotterdamsche Hermes (1720-1721) van Jacob Campo Weyerman: Cultuurhistorische verkenningen in een achttiende-eeuwse periodiek (Amsterdam 1994), p. 395-399.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *