Voetnoot (3)

Amsterdam heeft nu ook zijn ‘slapende philosoof’


zaterdag 25 maart 2017 –
In 2007 verzorgde André Hanou, bij gelegenheid van het dertigjarig bestaan van de Stichting Jacob Campo Weyerman, een uitgave van het pamflet De slapende philosoof in ’t harnas gejaagt door den Goliath J.C. Weyerman.

Dit pamflet is nog niet gedigitaliseerd, en het is uiterst zeldzaam: tot eind vorig jaar was er alleen een exemplaar bekend dat in de UB van Gent bewaard wordt. Maar bij het doorkijken van ongeïnventariseerd materiaal in de UB van de Universiteit van Amsterdam vond conservator Adriaan Plak een tot dan toe onbekend exemplaar van dit werkje. Het zal binnenkort in de catalogus van de Amsterdamse UB opgenomen worden.

De slapende philosoof haalt uit naar Weyerman vanwege zijn oneerbiedige levensbeschrijving van Syberg. André Hanou dateerde De slapende philosoof tien jaar geleden voorzichtig rond 1735. 

De verschijningsdatum is echter vrij precies te geven. Voor De leevens byzonderheden van baron van Syberg werd al in januari 1733 in kranten geadverteerd, maar het werk werd pas in de loop van maart uitgebracht, waarschijnlijk op 18 maart 1733. Weyerman reageerde als door een wesp gestoken op het pamflet in aflevering 15 (p. 120) van De kluyzenaar in een vrolyk humeur:

P.S. Op dit moment wort my een blad papier toegesonden, gedoopt, Den Slaapenden Filosoof in ’t harnas gejaagt door J.C. Weyerman. Den scribbelaar van dat schrift is my onbekent, zegt den Kluyzenaar in een vrolyk humeur; doch ik vind het oud spreekwoort bewaarheyt in dien Filosoof; “Dat men geen slaapende reekels moet wakker maken”. Indien die wysgeer zo glad van tong is, als van pen, stel ik vast dat hy beter kan bassen, als spreeken; altoos ik bespeur uyt zyn styl, dat hy noch wel zo prompt is in ’t schelden, als in ’t byten: veelligt om dat hem de tanden zyn ontwortelt door de nyptang van de merkuur, want hy geeft zich uyt voor een Alchimist, Vraagt den Leezer, wat is een Alchimist toch voor een dier? Dan repliceert den Kluyzenaar; Een Alchimist is een Hermetische bedelaar, die ’s winters zonder mantel, en ’s zomers zonder polveyen loopt, en wiens leeven doorgaans wort onderschept door den halter, door de longziekte, of voor ’t best, door den hongersnoot, dat deerlyk uyteynde aller gezwavelde guyten.

Aflevering 15 is niet gedateerd, maar is vermoedelijk verschenen op 1 juni. In de volgende aflevering haalt Weyerman in een voetnoot nogmaals uit naar de auteur van De slapende philosoof, ‘die beducht voor den Kluyzenaars staf, zich zo deerlyk loopt verschuylen’, maar deze was wijs genoeg om zich niet uit te laten dagen. Na die twee vergeefse pogingen om de anonieme auteur uit zijn tent te lokken doet ook Weyerman er het zwijgen toe.

Met behulp van Delpher is deze datering nog iets aan te scherpen: in de Amsterdamse Courant van 28 mei 1733 staat een advertentie voor De slapende philosoof: 

Ik ben het met André Hanou eens dat er pakkender teksten tegen Weyerman geschreven zijn, maar dat maakt de vondst in Amsterdam er niet minder bijzonder om. —Jac Fuchs

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *