Toneel tussen de regels door

De Alkmaarse schandaalbiografie van Weynandt Josephus Rochel (ca 1763) – 2

Titelprent De zedemeester en kantoorknegt, bedriegers (1698) van Hendrik van Halmael

donderdag 6 april 2017 – In de zoektocht naar de identiteit van de schrijver van De Levens-bysonderheeden, van Weynandt Josephus Rochel, (alias) het Keulsche Roselyntje zal archiefonderzoek allicht belangrijke gegevens kunnen opleveren. Rochel komt voor in de Alkmaarse Doop-, Trouw- en Begraafboeken, neem ik aan op gezag van de inleider van de uitgave in transcriptie.

De biografie moet ook vervolgen en gevolgen hebben gehad in de rechterlijke archieven: als de aanklacht van de auteur juist was, bood dat voldoende aanleiding om maatregelen tegen Rochel te nemen; als het onjuist was, was er alle reden voor Rochel om de auteur wegens smaad te vervolgen.

Er is ook een andere manier om de identiteit van de schrijver nader te bepalen: tussen de regels door lezen. De schrijver is goed ingevoerd in Alkmaar. Hij noemt veel straten in de stad en dorpjes in de omgeving zonder bijzondere toelichting, wat de veronderstelling dat hij zijn lezers in Alkmaar zocht waarschijnlijk maakt.

In zijn beschrijvingen maakt hij bijzonder veel gebruik van spreekwoorden: ‘de natuur vormt een vrouwen tongh om den man te betoveren’., de liefde ‘dwingt zelfs een Vorst om een Leenman te worden van zyn eygen Vasallen’, ‘het moet een slegt Soldaat zyn die geen Capiteyn zoekt worden’, ‘het is vergeefs gefluyt, als het paart niet pisschen wil’.

Eén keer verwijst hij naar Don Quichot: een door Rochel gehuurd paardje heet het ‘getrouw Rosenantje’, dat na verloop van tijd begint te lijken ‘na het bekende Graauwtje van Change Panche’.

De schrijver laat zich kennen als een liefhebber van kluchten. De eerste keer acht hij zijn Rochel geschikt ‘om de rol van Lubbertus te speelen, in de Comedie, genaamt, de Zedemeester , of Cantoor Knechts Bedrieger’ (p. 37), wat later vergelijkt hij hem met ‘den Acteur Sandtstraten, als die ten toneele de rol van Doctor Filebout vertoont’(p. 39), kort erna spreekt hij van een dure apotheek in Schagen, ‘al zo duur en geldigh als tot Delft, by den sindelyken Kruydmonger Spadulaan was’ (p. 40).

Doorgewinterde Campisten herkennen in Spadulaan een personage uit De Hollandsche sinnelykheid (1713) van Jacob Campo Weyerman. Dat het blijspel in werkelijkheid een Delftse context had, wordt pas onthuld in 1727, in de zogenaamde ‘Sleutel’. Het eerste stuk is De zedemeester en kantoorknegt, bedriegers (1698) van Hendrik van Halmael. De acteur Sandtstraten, geen idee!

Als Rochel een keer teruggepakt wordt, heet dat een ‘klugtje’. Zo worden de levensgevallen in een kluchtig kader gepresenteerd: het is echt én komisch toneel, waarbij de lessen de personages door schade en schande, met gooi- en smijtwerk, geleerd worden.

Of daarmee de oplossing van het raadsel van het auteurschap geholpen is, weten we pas als dat raadsel opgelost is. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *