Revolutionaire rede?

Bij een heruitgave van Gerard Noodt

woensdag 19 april 2017 – In Nederland wordt Gerard Noodt (1647-1725) beter gekend dan gelezen. Dat klinkt dan zelfs nog te mooi: hij wordt iets beter gekend dan helemaal niet gelezen. In 1988 publiceerde Govaert van den Bergh een monografie over Noodts leven en werk, in het Engels, en nadien voerde Jonathan Israel hem met ere op in de galerij van Nederlandse verlichte geesten.

In de in Nederland beoefende ‘dix-huitièmistique’ kom je Noodt zelden tegen. In Nijmegen, de stad waar hij werd geboren, heb je een Gerard Noodtstraat – ik ken zelfs iemand die er woont – en een naar Noodt genoemd rechtshistorisch instituut – ik ken iemand die daar werkte. Dat heeft er niet geleid tot grote erkentelijkheid of faam.

Des te opmerkelijker is daarom de editie van Noodts redevoering uit 1699 Over de souvereiniteit van het volk. In de uitgave, deel 21 van Elseviers Politieke Bibliotheek, volgt op de verhelderende en actualiserende inleiding van Arendo Joustra, de door Hans van Cuijlenborg verzorgde vertaling van de rede én in facsimile de oorspronkelijke tekst De jure summi imperii et lege regia. Het boekje moet € 14,95 kosten, wat eigenlijk grenst aan gratis.

In de inleiding en op de achterzijde wordt haast om strijd het belang van de tekst benadrukt. De tekst zou een inspiratiebron geweest zijn voor de Franse Revolutie en volgens Paul Cliteur is het boekje een ‘absolute must voor iedereen die zich wil verdiepen in de achtergrond van onze hedendaagse democratie’. Het is overigens de vraag of er nog veel Nederlanders zijn die zich daarin willen (of willen kunnen) verdiepen.

Een andere vraag is hoe een zo revolutionaire rede in 1699 door de Leidse beugel kon. Komt dat door de kalme betoogtrant van Noodt, een gekend leerling van de elegante school? Komt het door de duur van Noodts rede, 2½ uur, dat de luisteraars bij het slot, toen de legitimiteit van verzet tegen tirannie beargumenteerd werd, niet meer zo goed bij de les waren? Komt het omdat het in het Latijn gesteld was? Wat in het Latijn gezegd werd, was niet voor volkse oren bestemd en dus relatief onschuldig.

Of was de redevoering niet zo revolutionair? De rechtvaardiging van het verzet tegen tirannie was niet door Noodt uitgevonden: Calvijn had tirannenmoord gerechtvaardigd en in het Wilhelmus werd niet voor niets de politieke tegenstander tirannie aangewreven.

Of is het veeleer zo dat anderen – Jean Barbeyrac voorop – er met het denken van Noodt vandoor gingen, zich bepaalde gedachten toe-eigenden en in die een andere, vorstkritische context plaatsten?

Die vragen, die mij invielen na lezing na de inleiding van Joustra, zijn misschien elders al beantwoord. Intussen: zeer tevreden over deze uitgave! Graag sluit ik me aan bij Joustra’s pleidooi voor de heruitgave van Noodts andere befaamde rede, die over de godsdienstvrijheid, en de vertaling van het boek van Van den Bergh. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

3 reacties op Revolutionaire rede?

  1. Peter Altena schreef:

    Mooi, Jan! Hopelijk krijg ik weldra nog meer ongelijk. De vertaling van de Noodtbiografie is misschien wel prioriteit nummer één. Zo’n vertaling zou natuurlijk geactualiseerd moeten worden, met een nawoordje bijvoorbeeld. Welke uitgever durft? De Politieke Bibliotheek van Elsevier opent misschien ook wel de deuren voor andere redes van Noodt.

  2. Jan Postma schreef:

    Weinig faam? Gisteren bezocht ik het ultramoderne Wijnhavencomplex van de Leidse Universiteit in Den Haag, waar in een auditorium over de volle breedte van de zaal een Latijnse tekst Van Gerard Noodt over volkssoevereiniteit met Nederlandse en Engelse vertaling was te lezen.

  3. Jan Postma schreef:

    Met een ingezonden stuk in de Volkskrant van 19/12/1998 heeft G.C.J.J. van den Bergh destijds nog eens de aandacht gevestigd op de rede (1699) van Gerard Noodt. Nog geen twee jaar later was die in het Latijn gehouden rede in het Nederlands, Frans en Engels vertaald en bij heel intellectueel Europa bekend. In 1784, op het hoogtepunt van de Bataafse revolutie, ik zou zeggen hoogtepunt van de patriottische beweging, verscheen van diezelfde rede een nieuwe Nederlandse vertaling met een enthousiast, actualiserend voorwoord, waarin naar recente gebeurtenissen werd verwezen om het gelijk van die rede aan te tonen. De Nederlandse patriotten hoefden volgens Van den Bergh dus echt niet in de leer bij de Fransen voor de idee van de volkssoevereiniteit. Het was eerder omgekeerd. Het boek van Van den Bergh zou inderdaad moeten worden vertaald en opnieuw uitgegeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *