Voetnoot 10

Geen echte vrienden

dinsdag 16 mei 2017 – Als Weyerman inderdaad met enige regelmaat de Noordzee overstak, dan moet hij meerdere kapiteins ontmoet hebben. Ooit schreef ik al over kaptein N. Jeff***, voor wie volgens mij Edward Jeffreys model stond. Jan Bruggeman wees mij op nog twee andere kapiteins.

Voor Weyerman waren ze kennelijk een noodzakelijk kwaad: Jeffreys wordt neergezet als een verwaande bullebak, en in het navolgende citaat laat Weyerman duidelijk merken dat je goud geld moest betalen voor schrale voorzieningen. Het is te vinden in de Rotterdamsche Hermes, op p. 327 (19 juni 1721). De Daemon vertelt hoe hij tijdens een avontuur door een explosie werd weggeslingerd:

[hem] trof het geluk van in Kapitein Hales Pacquetboot neder te dalen, dewelke my aanstonts in de handen van den Stuart, dat een tamelyk Chirurgyn was, overleverde, die op ’t spoedigste myne wonden met het abstergerend water van welgesuikerde Flip afwiesch, met den Olie van welgelimoende Punch zalfde, en vorders door de Consolida Sarasenica van eene monstreuze Scheepspodding en een gezoden Paterstuk myne vervlogen krachten herstelde. In Londen gelant zynde, begaf ik my naar St. Katerins, waar ik Kapitein Doffer den Ouden opdeed, met wien ik gratis naar Rotterdam overstak, mits vereerende aan zyn persoon een koppel Guinees, en zulks voor een hospitaals Traktement, en een Ledekant, ter grootte van een Tiktakbort.

Het was niet in me opgekomen, maar Jan vroeg zich af of Doffer misschien iets met een duif te maken had. Toen ging er bij mij een belletje rinkelen. Bij het bekijken van advertenties voor overtochten van Londen naar Rotterdam was ik meermalen kapitein Abraham Pidgeon tegengekomen!

Kapitein Pidgeon of Pidgin – zijn voornaam wordt niet altijd genoemd – gebruikte tussen 1715 en 1726, de jaren waaruit ik advertenties gezien had, afwisselend drie boten voor zijn overtochten: de Ann sloop, de Burchett sloop en de Expedition sloop. Verder volgden er eenmaal twee afvaarten uit Londen wel heel kort op elkaar. Daar geeft het citaat een mooie verklaring voor: de toevoeging ‘den Ouden’ maakt duidelijk dat er (minimaal) twee kapiteins Abraham Pidgeon waren, vader en zoon.

Weyerman noemt Pidgeon in één adem met St Katharines, waar inderdaad zijn boot geboekt kon worden, in de herberg van Edward Jeffreys. St Katharines is een buurt ten oosten van de Tower (zie illustratie hierboven). Pidgeon voer kennelijk voor John Twyman, die samen met William Pennington een vaste bootdienst tussen Rotterdam en Londen had opgezet. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Daily Courant van 10 september 1715:

Met kapitein Hales ligt het wat anders: die heb ik nooit aangetroffen of het traject Londen-Rotterdam. Maar ook deze heeft werkelijk bestaan. Sterker nog, er waren meerdere kapiteins met die achternaam. Uit krantenberichten in Delpher is op te maken dat Michiel (Michael?) Hales tussen Engeland en het Oostzeegebied voer, en dat Charles Hales tussen Engeland en Portugal voer. Een niet nader aangeduide Hales was kapitein van ’t Packetboot de King George en had kennelijk Teignmouth als thuishaven.

In de Oprechte Haerlemsche Courant van 3 november 1718 valt te lezen dat kapitein Richard Hales in Livorno was aangekomen. Zou dat misschien de kapitein Hales zijn die Weyerman op het oog had? In de Konstschilders vertelt hij dat hij zelf tussen Engeland en Livorno op en neer gevaren is.

Weyerman is niet zorgvuldig met zijn aanduidingen van boottypen, maar het blijft opmerkelijk dat hij Hales in verband brengt met een pakketboot. Dat laat de mogelijkheid open, dat hij zijn terugreis van Livorno naar Londen deels met een pakketboot uit Portugal gemaakt heeft. —Jac Fuchs (met dank aan Jan Bruggeman)

Literatuur
Jac Fuchs, ‘Drie Maritieme voetnoten bij het werk van Weyerman’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman (MedJCW) 35 (2012), p. 51-56, met een aanvulling in MedJCW 38 (2015), p. 74.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Één reactie op Voetnoot 10

  1. Jac Fuchs schreef:

    In het artikel ‘De Geleerde Wereld en het Niets’ van Karel Bostoen (MedSJCW 1984-2, p. 56-60) las ik dat kapitein Hales ook op p. 314 van de Rotterdamsche Hermes wordt genoemd (Bostoen p. 57). Hales heeft een relaas geschreven over “een vlottend Eilant van Puimsteen, vier mylen lang, met een’ vuur in ’t midden” dat hij had gezien.
    Een bericht daarover vond ik in de London Journal van zaterdag 27 mei 1721:
    “Captain Hales, Commander of the King George Packet-boat, writes from Tinmouth [=Teignmouth], that in his passage from Lisbon he saw near St. Michaels, a floating Island of Pumice Stone, of about four Leagues in length, with a Fire burning in the midst of it, which had made on each Side of it a sort of a Hill: He adds, that he sounded 22 Fathom Water near the said Island.”.
    Dat, of een vergelijkbaar krantenbericht, zal het relaas van kapitein Hales zijn waar Weyerman op doelde. Gezegd moet worden dat Weyerman in dit geval bovenop het nieuws zat: 27 mei in Engeland was 7 juni op het Continent, en de betreffende aflevering van de Rotterdamsche Hermes had 12 juni 1721 als verschijningsdatum!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *