Voetnoot 11

Een voetnoot over voetnoten

Étienne Tabourot

donderdag 25 mei 2017 – Het leek me tijd geworden om enkele woorden te wijden aan voetnoten in het werk van Weyerman. Ik heb eerder al eens gezegd – ik ben kwijt waar en wanneer – dat een voetnoot van Weyerman vaak een wegwijzer naar een gebruikte bron kan zijn. Als Weyerman een zwaarwichtig werk citeert, dan is de kans dat hij de voetnoot van iemand overgenomen heeft, groter dan de kans dat hij het citaat rechtstreeks uit de bron heeft gehaald die in de voetnoot genoemd wordt.

Om dat punt te maken heb ik een willekeurige voetnoot van de plank gepakt. Het lot wees pagina 406 van de Echo des Weerelds deel I aan. Weyerman heeft daar net een soort séance beschreven, stipt de werking van amuletten aan en komt op een rijmpje over de drie wijzen uit het Oosten. De passage is van maar liefst drie voetnoten voorzien:

Den vermaarde Jason belacght op een vrolyke wyze de aan den *hals hangende Genees- of Hulpmiddelen van Valescus en Gordonius, in zyn aardig Traktaat over de +Ziektens van het Breyn, dewyl die twee Kabouters onbeschaamt genoeg waaren om te schryven, (wat durft een Autheur niet doen?) dat men door het ++navolgent Vaersje de Mans kon geneezen van de vallende Ziekte. En waarom geen vrouwen, Echo des Weerelds? Dewyl die gebooren, grootgefokt, en onderhouden worden met de achter overhellende Zwakheyt, repliceert den Echo. Aldus luyd dat Vaersje:

Dat Kaspar Myrre schenkt, en Wierook Melchior,
Weet zelfs een zwarte Tor;
Doch Balthazar torst straf en stout
Het diergeliefde Gout.

*Amuleta
+ De Morbis Cerebri.
++ Caspar fert Myrrham, Thus Melchior, Balthazar Aureum.

Weyerman draaft nog even verder door en komt via ‘Karacalla, (myn Zegsman is Spartiaan)’ en Galenus uit bij de bekende ABRACADABRA-driehoek. Had hij nu De morbis cerebri, een zestiende-eeuws werk van Jason van Prato, gelezen, en ook Galenus en Spartianus? Uitgesloten is dat niet: hij had er toen al zijn eerste Leidse studietijd op zitten. Ik acht het niettemin aannemelijker dat hij die bladzijde met wijsheden bij een andere auteur vond.

Het versje in de voetnoot, in het Latijn, lijkt een aardig uitgangspunt voor een zoektocht, maar blijkt té populair te zijn geweest om ons naar een bron te leiden. Maar de situatie verandert dramatisch als we er de even eerder genoemde Valescus bij halen. Dan rolt er nog maar één werk uit Google Books, zij het in diverse edities: Les Bigarrures et Touches du seigneur des Accords van Étienne Tabourot.

Zo’n treffer is natuurlijk niet onvoorwaardelijk prijs, maar in dit geval is hij op z’n minst veelbelovend: Tabourot beschrijft een vergelijkbare séance, laat Jason Valescus en Gordonius te kijk zetten in De Morbis Cerebri, gaat door met L’Empereur Caracalle, comme dit Spartian en Galen[us], komt uit bij de ABRACADABRA-driehoek, en geeft ook nog eens een tweeregelig Latijns vers dat bij Weyerman op p. 407 in een voetnoot terechtgekomen is.

Zou de Stichting een werkgroepje kunnen oprichten dat alle voetnoten van Weyerman doorlicht? —Jac Fuchs

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *