Het complexe beeld van Staring

dinsdag 23 mei 2017 – Bij een bezoek aan de eeuwenoude Librije in Zutphen sprak de gids met bewondering over de dichter A.C.W. Staring (1767-1840). Hij vertelde dat in de vloertegels onder de lessenaars met de vastgeketende boeken sporen te zien zijn, waarschijnlijk van een hond. Staring dichtte deze sporen aan de duivel toe die in hondengedaante de monnik Jaromir verraste toen hij op een vastendag in de bibliotheek een kippenboutje zat te verorberen. Dit gedicht uit Starings ‘Jaromircyclus’ was in de Librije te koop.

Bij mijn avondmaaltijd in het restaurant van landhotel De Hoofdige Boer in het nabij gelegen dorp Almen lag het gedicht van Staring over boer Stuggink op tafel. Deze vertelling begint met de bekende dichtregels:

 

Elk weet, waar ’t Almensche Kerkje staat,
En kent de laan die derwaart gaat.

Dit jaar 2017, zo werd met enige trots in De Hoofdige Boer verteld, is voor de Achterhoek uitgeroepen tot Staringjaar. Met een bijeenkomst in het Almense kerkje op 24 januari jl. – toen het 250 jaar geleden was dat de dichter geboren werd – was dit herdenkingsjaar geopend. Adriaan van Dis droeg bij deze gelegenheid gedichten van Staring voor.

Nog treffender was het nieuws dat een inwoonster van het dorp een museum STAring in ALmen laat bouwen. Dit museum STAAL is gericht op Staring in relatie tot Almen en omgeving. Er is een bestuurlijke band met Starings landgoed De Wildenborch in Vorden. Alles is erop gericht het museum eind van dit jaar te openen.

Als biograaf van Alexander Gogel, tijdgenoot van Staring, werd mijn belangstelling vooral gewekt toen ik op de leestafel van het restaurant een bundel over de dichter zag liggen. Ik las daarin dat hij als landgoedeigenaar een felle tegenstander van minister Gogel was. In 1806 richtte hij over diens grondbelasting een kritisch memorandum aan Lodewijk Napoleon. Enkele jaren later klaagde hij dat in de landbouw geen droog brood meer viel te verdienen ‘en de tot God schreewende ongeregtigdheid der Gogelsche verponding zal er den lesten slag aan toebrengen’.

Staring was een boeiende en veelzijdig persoonlijkheid die goede aanknopingspunten biedt om in het nieuwe museum met een vaste inrichting en wisseltentoonstellingen de ontwikkeling van de Achterhoek in beeld te brengen. Over zijn dichterschap is al veel geschreven. Zijn prestaties als landbouwkundige zijn uitputtend in kaart gebracht in een biografie van Bert Scova Righini uit 2009.

Daarin komen Starings politieke denkbeelden toch minder uit de verf. Een ouder artikel van Boogman (1990) laat een nogal gecompliceerd beeld zien. Zo is Staring wel gerekend tot de federalistische patriotten, toch heeft hij geen deel uitgemaakt van de patriottenbeweging. Wel was deze Gelderse landheer volbloed federalist met een fundamenteel wantrouwen tegenover Holland. Staring verfoeide de centralistische constitutie van 1798 en de eenheidsstaat. Niettemin heeft hij ook in de Bataafs-Franse tijd verschillende bestuurlijke functies vervuld.

Het zal nog moeite kosten in het nieuwe museum ook een scherp beeld neer te zetten van Starings politieke denkbeelden. —Jan Postma

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *