Voetnoot 13

De encyclopedische kennis van Weyerman

dinsdag 6 juni 2017 – Waar haalde Weyerman zijn kennis vandaan? Hij heeft gestudeerd, hij kende zijn talen en hij was belezen, dat lijdt geen twijfel. Maar het heeft er ook veel weg van dat hij bij tijd en wijle naar een encyclopedie greep. Wanneer hij dat deed, en hoe hij dan de geschikte lemmata vond, dat is voor mij nog steeds een raadsel: had hij die kennis paraat en zo’n encyclopedie uit zijn hoofd geleerd, of ging hij op zoek naar toepasselijke trefwoorden?

De passage van vandaag biedt in ieder geval stof tot nadenken. In deel I van de Amsterdamsche Hermes pakt Weyerman vanaf p. 353 (in nummer 45 van 4 augustus 1722) uit over de onstandvastigheid in de liefde van vrouwen. Maar, schrijft hij enkele pagina’s verder, als mannen eens zo hun aandacht verdeelden? Hij zal aan de dames eens ‘een beknopte beschryving vereeren van het Veelwyfschap’.

Hij begint met een sekte uit de zestiende eeuw en met Bernardus Ochinus die een traktaatje over polygamie schreef. Dan gaat verder met een alinea over Johannes Lyserus, die zijn Discursus de polygamia liet heruitgeven als Polygamia Triumphatrix, dat op naam van Theophilus Aletheus met een adres in Londen werd gedrukt. Lyserus overleed in grote armoede in Amsterdam, en Weyerman gooit hem een citaat van Juvenalis na:

Quem tegula sola tuetur Apluvia, molles ubi; reddunt ova Columba.

Daarna volgt nog een reeks opmerkingen over polygamie.

Het hele verhaal over Lyserus staat, inclusief het citaat uit Juvenalis, in het Supplement aux anciennes editions du grand dictionnaire de Mre [sic] Louis Moreri (Amsterdam 1716).

Het lemma in het Supplement verwijst expliciet naar Bayle. Maar Bayle, die inderdaad de bron voor de informatie was, gebruikte heel andere bewoordingen. Weyerman moet hier de encyclopedie van Moreri (1643-1680) gebruikt hebben, of een werk dat daarvan afgeleid was. Anderzijds is Moreri niet de bron voor de hele verhandeling over veelwijverij. De originele Dictionnaire bevat geen lemma over polygamie en wijdt alleen enkele regels aan poligamistes, de zestiende-eeuwse sekte die Weyerman ook noemt. In wat Weyerman over Ochinus schreef herken ik niet wat er bij Moreri te lezen viel. Hoe Weyerman verder aan de bouwstenen voor zijn verhandeling over polygamie kwam is voor mij voorlopig nog een raadsel …

Dat Weyerman de Dictionnaire van Moreri (en het Supplement daarbij) gebruikt heeft, is geen schokkende stelling, want Weyerman noemde hem zelf meermalen in zijn werk. Zo schrijft hij elders in de Amsterdamsche Hermes (deel I nummer 25, 17 maart 1722, pagina 194) dat

een Schryver, die door de armoede sterft op de verheeve Studeer-kamer van een Vliering, verryst, door de behulpzame hand der Faam, in het Woorden boek van Moreri.

—Jac Fuchs

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *