Pech op zee

Het Journaalboek van Johannes Timmers, anno 1784

Het wegdrijven van het Oost-Indische hospitaalschip De Hulk op 9 december 1781.

donderdag 8 juni 2017 – Het zat matroos Johannes Timmers niet mee. In juli 1781 had hij dienst genomen als matroos bij de VOC. Wegens een ongunstige wind moest hij bij Texel lang wachten voor zijn schip de Holland en nog zes andere Oost-Indiëvaarders konden vertrekken.

Eenmaal in de Noordzee doemde daar de Engelse vloot op. Het was midden in de Vierde Engelse Oorlog en verder varen was vragen om moeilijkheden. Men maakte rechtsomkeert. Pas een jaar later kon de vloot werkelijk vertrekken. De reis verliep voorspoedig en via Kaap de Goede Hoop en Mauritius bereikte Timmers’ schip Ceylon. Vandaar zeilde het naar Batavia. In november 1784 was hij weer terug.

Timmers hield een journaal bij. Twee versies daarvan zijn bewaard gebleven en kwamen twintig jaar geleden terecht in het Amsterdam Museum. Twee oud-medewerkers hebben dit nu op een deskundige manier uitgegeven.

Er zijn tientallen VOC-journaals bewaard gebleven. Ze bevatten dagelijkse, systematische waarnemingen van koers, weersgesteldheid, windrichting en gepeilde diepte en dat is nogal saai. Aardiger wordt het wanneer de auteur – een stuurman, of iemand die voor zijn eigen plezier een journaal bijhield – persoonlijke belevenissen en bijzondere gebeurtenissen heeft genoteerd. Dat is het geval met Johannes Timmers.

In feite gaat het om twee journaals en om twee mannen die allebei Johannes Timmer heten. Het ene journaal beschrijft de reis van Texel naar Batavia, het andere houdt op bij Ceylon. Over de twee auteurs is vrijwel niets bekend.

Het aardige van deze teksten is dat het meest dramatische deel zich afspeelt voor de eigenlijke Oost-Indische reis begonnen was. Toen het schip Holland na de eerste uitvaart weer terug moest wegens de dreigende Britten, kreeg een aantal VOC-zeelieden in januari de opdracht om het hospitaalschip De Hulk dat bij Texel lag te verslepen. Dat liep volkomen in het honderd. Er stak een noodweer op, ankers werden verspild en het roer raakte onklaar. Stuurloos deinde het schip op de Noordzee, werd opgepikt door twee Engelse vissersboten en naar Engeland versleept.

Hoewel het nog altijd oorlog was werden de mannen gastvrij onthaald en de Engelsen bleken bereid de schepelingen terug te brengen naar Nederland. Zo gezegd zo gedaan. Maar ook nu sloeg het noodlot toe. Opnieuw noodweer. Ten noorden van Vlieland liep de Engelse kotter zware averij op. Iedereen aan boord was teneinde raad en zag de dood voor ogen. Timmers geeft een huiveringwekkend ooggetuigenverslag van deze situatie.

Er raasde een noordwesterstorm met sneeuw en hagel die het schip naar Rottum dreef. Het schip sloeg lek. Alle opvarende werden nu ‘zeer gedwee en nam zijn toevlugt tot God, want op menschenhulp was er geen hoop’. Timmers verbleef benedendeks; zijn benen waren door de kou en nattigheid ‘ijsselijk gezwollen’ zodat hij zelfs geen kousen meer kon aantrekken. Op handen en voeten kroop hij naar boven, naar de kajuit waar hij hoorde bidden. Hij schopte de kajuitdeur open en trof daar twee lieden aan, die bij het licht van een blaker uit de bijbel lazen. Ook Timmers vond een bijbel en met zijn drieën bleven ze daar aan tafel zitten ‘zmekende God ootmoedig en baden tezamen tot zoo lang, dat wij halferweegs in het water zaten’. De twee verlieten daarop de kajuit en Timmers heeft ze nooit meer gezien. Zelf bleef hij zitten tot het water zo hoog gekomen was dat de blaker met de kaars van de tafel wegdreef. Twee man droegen hem uit de kajuit en hij slaagde er wonderwel in om in een sloep te komen die met veel moeite het strand van Rottum bereikte. Een poging om meer opvarenden te redden mislukte; 65 man verdronken.

Timmers overleefde dit avontuur, keerde met veel moeite terug in Amsterdam, werd opnieuw op de Holland geplaatst en vertrok op 7 juli 1782 dan toch eindelijk naar de Oost. Dan zijn we al ver over de helft van het journaal. In november 1784 is hij weer behouden terug. Nadere sporen ontbreken, maar dit handschrift, met zijn bijzonder aardige, naïeve tekeningetjes, hebben we gelukkig nog. – Roelof van Gelder

Lodewijk Wagenaar en Nel Klaversma (bezorgers), Het Journaalboek van Johannes Timmers, anno 1784. Hilversum: Verloren, 188 blz. € 19,-.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *