Voetnoot 19

Een activistische pruikenmaker en twee sterfgevallen

The Westminster Gatehouse

dinsdag 11 juli 2017 – Nadat Weyerman in de Amsterdamsche Hermes van 28 juli 1722 uitgebreid stilgestaan heeft bij de dood van Marlborough, zie voetnoot 18, gaat Weyerman op p. 348 verder met meer Engels nieuws. Citaat:

Londen. Een Peruikmaker die verscheide insolente woorden tegens de Regeering uitgebraakt heeft, is na Gatehouse gezonden.

Weyerman speelt hierna met beelden van pruiken en noemt de Tories. Alle kans dus dat het niet over zo maar een pruikenmaker gaat, maar over een Whig-politicus. Maar ik ben hier niet goed uit gekomen.

Een Gatehouse was als poortgebouw bijzonder geschikt om als gevangenis te gebruiken. Vanwege de politieke context vermoed ik dat het om die bij Westminster Abbey gaat. Die werd zeker als gevangenis gebruikt. In april 1722 nog waren John Rowe en Henry Atkinson opgepakt bij een opstootje in the House of Commons; zij werden zonder pardon in het Gatehouse opgesloten en pas een maand later weer vrijgelaten, nadat zij in het Parlement op hun knieën om vergiffenis gesmeekt hadden.

Gewone misdadigers konden er ook opgesloten worden. Zo meldt de Weekly Journal or Saturday Post van 29 september 1722, dat Willem Sayer in ‘the Gatehouse Westminster’ werd opgesloten: hij werd van meerdere roofovervallen verdacht. Maar het ene voorval ligt te ver voordat, en het andere vond plaats nadat Weyerman deze passage opschreef. De identificatie van de pruikenmaker laat dus nog op zich wachten.

Op p. 349 van de Amsterdamsche Hermes vermeldt Weyerman de dood van de heer Grigsby:

Londen. De Heer Grigsby, eertyts een Coffischenker, en onlangs een boekhouder der Zuidzee Compagnie, is voorleede week gestorven, door chagryn.

Weyerman laat vaker een dedain doorklinken voor mensen van eenvoudige komaf die zich omhoog gewerkt hebben. Dat hij weinig met zulke mensen op had, liet hij bijvoorbeeld ook merken in de beschrijvingen van zijn ontmoetingen met Matthew Prior. Hoe dan ook: het is oud nieuws, want het overlijden van Grigsby vond zelfs nog plaats vóór dat van de hertog van Marlborough. De Evening Post van 9-12 juni 1722 meldde:

London, June 12.
[…] Sunday last [d.w.z. 10 juni] died Mr. John Grigsby, who formerly kept a Coffee-house behind the Royal Exchange, and afterwards Accomptant to the South Sea Company.

Chagrijn als doodsoorzaak wordt niet vermeld, maar toch lijkt het me aannemelijk dat Weyerman dit bericht uit deze of een andere Engelse krant haalde.

Met een koffiehuis om de hoek van de beurs was het natuurlijk niet vreemd dat Grigsby ook als effectenmakelaar ging optreden en uiteindelijk bij de South Sea Company terechtkwam. Bij de vervolging van de directeuren van de Company in 1721 moest ook hij zijn boeken overleggen, maar hij was toen al te ziek om zich goed te kunnen verdedigen. Hem werd een naar omstandigheden lichte boete van 2000 pond opgelegd.

In de jaren na 1720 haalden overlijdens van Zuidzee-medewerkers vaker de pers, maar de berichten over mensen die hun geld met speculeren verloren hadden, waren talrijker. Regelmatig ging het dan om een zelfmoord. Het volgende bericht over de dood van James Milner (op 24 november) in de London Journal van 2 december 1721 windt daar geen doekjes om en formuleert het sappiger dan de meeste andere kranten deden:

The List of Suicides has been greatly swell’d this last Year; every Week furnishes us with fresh Instances of that Kind. Since our last, James Milner, Esq; a Member of Parliament for Minehead, a Gentleman well known in the Portugal Trade, shot himself thro’ the Head, and dy’d the same Day; as did also Mr. Ward, a Fellow of Oriel-College in Oxford.

Ook het overlijden van Milner memoreerde Weyerman in de Amsterdamsche Hermes, zij het in dezelfde zakelijke bewoordingen als de meeste Engelse kranten. Het is te vinden op p. 110 van deel I (30 december 1721):

Uit de Hooftstad der Britten wort berigt, dat de Heer James Milner zich heeft doodgeschoten.

Ook met dit bericht liep Weyerman ruim drie weken achter op de eerste Engelse publicatie, maar hij voegde er dan weer wel een uitweiding aan toe over het gewelddadige karakter van Britten. –Jac Fuchs

Literatuur
John Carswell, The South Sea Bubble (Stroud, 1993, herziene editie)

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *