De geheimen van een verzamelaarskast

De kast die geen simpliciakast bleek te zijn.

donderdag 13 juli 2017  Om het eens op zijn Latijns te zeggen: Pietas, Scientia, Temperantia, Vigilantia et Studium Assidiuum Ornant Pharmocopaeum (geloof, wetenschap, geduld, waakzaamheid en voortdurende studie sieren de apotheker).

Het staat in vergulde letters op een banderol die wordt vastgehouden door twee putti bovenop een achttiende-eeuwse kast in het Rijksmuseum. In 1956 kocht het museum deze kast en de grootste kenners op dit terrein, D.A. Wittop Koning en Th. H. Lunsingh Scheurleer, bestempelden hem in het Rijksmuseumbulletin als een simpliciakast en wel van het apothekersgilde te Delft. Onder die naam stond de kast sindsdien op zaal. Simplicia zijn de grondstoffen voor medicijnbereiding en inderdaad bevat de kast een apotheek met zo’n tweeduizend simplicia.

In 2010 besloot het museum tot een restauratie van de kast en een onderzoek naar herkomst en inhoud. Uiteenlopende specialisten – een meubelrestaurator, een meubelconservator, een paleobioloog, een farmaciehistoricus en een technisch analist – bogen zich gedurende een aantal jaren over dit merkwaardige object. Mij werd gevraagd een onderzoek in te stellen naar de oorspronkelijke eigenaar.

De resultaten van deze interdisciplinaire speurtocht leidden tot de conclusie dat de kast geen simpliciakast was en ook niet uit Delft stamde. Deze maand verscheen eindelijk het boek over dit merkwaardige meubelstuk. Het royaal uitgegeven en uitstekend geïllustreerde boek bevat behalve stukken over de restauratie, de mogelijke herkomst, de apotheek en een complete analyse van de aanwezige simplicia en naturalia.

In gesloten toestand ziet de iets meer dan twee meter hoge kast er niet heel bijzonder uit, zelfs ietwat plomp. Maar bij nadere beschouwing blijkt alleen al aan het gebruikte materiaal dat hier iets bijzonders is gemaakt. De kast is van eikenhout met fineer van olijfhout en biesjes van pernambucohout. En wie de gelegenheid heeft om nog verder te kijken merkt dat het geheel een ingenieus staaltje meubelkunst is van  in- en uitschuifbare kastjes en laden.

Het hele meubel bestaat uit drie delen. Er is een onderstel waarin boeken of zelfs hele atlassen bewaard konden worden, er is een tussenstuk met een groot aantal laden en een bovenstuk dat bij het openslaan van de twee deuren een miniatuurpotheek blijkt te bevatten. Die bestaat uit 332 glazen aardewerken potjes en kruikjes, flesjes, houten kistjes, tonnetjes en doosjes. De inhoud daarvan – poeders, oliën, harsen, stropen en zalven – kon goed gekoppeld worden aan de Amsterdamse Pharmacopae van 1723. Maar de geringe inhoud maakte het ongeschikt voor praktisch gebruik.

Achter deze miniatuurapotheek bevindt zich nog weer een ingenieus stelsel van laatjes die weer onderverdeeld zijn in vakjes. Opgedeeld naar de drie domeinen van de natuur bevatten ze 1246 vakjes met gesteentes, 661 vakjes met plantaardige elementen (bladeren, takken wortels, pitten en zaden, gommen en harsen schorsen). En dan zijn er nog 91 vakjes met dierlijke restanten zoals botten, veren, tanden en scharen van krabben.

Dit uiterst vernuftige bergmeubel heeft geen praktisch doel gediend, daarvoor waren de aanwezige simplicia te gering. Wie de eerste eigenaar is geweest viel helaas niet te achterhalen. Wel is de kast te dateren. Een chronogram levert het jaartal 1730 op en stilistisch dateert men de kast ook op de eerste helft van de achttiende eeuw.

De eigenaar moet een waarschijnlijk Amsterdamse arts of apotheker zijn geweest met een groter natuurhistorische belangstelling en een ruime beurs. Hij toonde dit pronkmeubel alleen in privékringen. Geen enkel reisverslag verwijst ernaar. De kast staat in het Rijksmuseum op zaal in geopende toestand.

Bijna gelijktijdig verscheen een eveneens rijk geïllustreerd boek over  de simpliciakasten die er ooit in Nederland zijn geweest, met afbeeldingen van de ruim dertig exemplaren die nu nog bewaard zijn. Het zijn stuk voor stuk fraaie staaltjes van vakmanschap. De bovengenoemde mini-apotheek staat er ook in, maar het oudste exemplaar dateert uit 1660 en was eigendom van het Collegium Pharmaceutium in Den Haag. Ook dit exemplaar toont de speelsheid van de ontwerper. Deze kast ziet er in gesloten toestand uit als een reuzenboek van twee meter hoog, inclusief kopersbeslag en klampen.

In de twintigste eeuw verdween het verschijnsel. Medicijnen werden industrieel gemaakt en niet langer bewaard in open vakjes meer in buisjes en flesjes met gesloten deksel. – Roelof van Gelder

¶ Reinier Baarsen, Paul van Duin e.a., Verzamelkast met miniatuurapotheek. Rijksmuseum: Afdeling Publicaties, 116 blz., € 40,-.

¶ Raymond van der Ham en Annette Bierman, Van gildekast tot schoenendoos. Nederlandse simpliciaverzamelingen. Erato, 156 blz. Het boek is te bestellen via bestellen@stichtingfarmaceutischerfgoed.nl. Prijs: € 20,- per boek (inclusief verzendkosten).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *