Voetnoot 24

Koffiehuispraat – 1

dinsdag 29 augustus 2017 – Kranten lezen deed je in het koffiehuis. In veel van de voorgaande voetnoten keek ik in hoeverre het nieuws in Weyermans periodieken aansloot op berichten in (Engelse) kranten. Vandaag de laatste berichten die ik nog in portefeuille heb. Met alle drie is iets merkwaardigs aan de hand.

Als eerste heb ik een citaat uit de Rotterdamsche Hermes (aflevering 56, p. 390). Op 14 augustus 1721 viel daar het volgende te lezen:

Lord Muscary en zyn Broeder hebben den ryken Jood, den Baron van Schwazzo, aan een speeltafel staande, met gewelt aangevallen, en z.v.

Op p. 112 van nummer 14 van de Amsterdamsche Hermes deel I schrijft Weyerman:

Londen. De Jood Cotigno, die onlangs is gedoopt, en dagelyks verarmt, dreigt den Predikant die hem bekeert heeft, zich ten tweedemaal te doen besnyden, indien hy hem niet helpt.

Die aflevering verscheen op 30 december 1721. Tien maanden later, op 27 oktober 1722, zette Campo het volgende op papier (Amsterdamsche Hermes deel II, nummer 5, p. 38):

Londen. Een yrsch priester genoemt Ino is, by mirakel, geechappeert uit zyn gevangenis, en by geluk, verdronken in den Teems.

Een aspect dat deze drie citaten gemeen hebben, is de moeite die ik moest doen om er een krantenbericht bij te vinden. Verder betreffen de berichten andersdenkenden, en werd dat ook benadrukt. Maar voor mij is een andere overeenkomst belangrijker: ik zal die in de volgende voetnoot uit de doeken doen.

Terug naar het eerste bericht. The Daily Journal van 1 augustus 1721 (12 augustus op het Continent) werpt er meer licht op. Weyerman kan dat bericht niet gebruikt hebben, zijn vermelding volgde er veel te snel op, maar er moeten eerdere berichten geweest zijn die ik gemist heb. De krant schrijft:

Yesterday the Assizes for the County of Surrey began at Kingston upon Thames; where Bills of Indictment were to be preferr’d against an Irish Lord, and his Brother, for assaulting and wounding Baron Schwarz, a rich Jew Merchant of this City, at a Gaming table at Epsom.

Op 23 september 1721 meldde Applebee’s Original Weekly Journal:

The Lord Muscarey, Son of the Earl of Clincarty, being bound in Recognizan[c]e of 300 l. to appear at the next General Quarter Sessions tob e holden for the County of Surry, for violently assaulting and wounding Baron Schwartz, the Jew, and others, at a Gaming table at Epsom; an Express has been dispatch’d to his Lordship, who is in Ireland, to come over, against the Sessions, to prevent his Recognizances being estreated.

De berichten parafraserend: Ierse Lords stonden niet bijzonder hoog aangeschreven, en ze hadden af te blijven van een burger van Londen, zelfs als het een Jood was. Provinciale rechtbanken voor dit soort zaken hielden eenmaal per kwartaal zitting. En als Ierse Lord stak je er wat geld in en trok je je dan gewoon naar Ierland terug, de boel de boel latend.

De graven van Clancarty (hun zoons droegen de titel Muskerry) hadden tegen dat ze Jacobieten waren. Willem III had de toenmalige graaf van Clancarty in 1691 zelfs zijn titel afgenomen. Robert McCarthy, viscount Muskerry (1698-1769), stond bekend om zijn drankgebruik en gewelddadig karakter. Hij verloor ooit een oog bij een vechtpartij. Bij deze zaak zal hij er echter met niet al te grote kleerscheuren van afgekomen zijn. Hij maakte namelijk carrière bij de marine en kwam als gouverneur in Newfoundland terecht. Na zijn pensionering vertrok hij naar Frankrijk. Zoiets geeft te denken. Hij steunde inderdaad de Jacobietse opstand van 1745, kreeg daar in 1747 geen gratie voor en kwam niet meer uit Frankrijk terug.

Over baron Schwartz heb ik weinig gevonden. Hij was handelaar en wordt meermalen de rijkste Jood in het Verenigd Koninkrijk genoemd. Ik weet zelfs niet hoe hij uit de vechtpartij te voorschijn gekomen is en hoe lang hij nog geleefd heeft. —Jac Fuchs

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *