Voetnoot 25

Koffiehuispraat – 2

Vechtende mensen bij de speeltafel in een Londens koffiehuis. Collectie British Museum

donderdag 31 augustus 2017 – Uit de vorige voetnoot staan nog twee Weyerman-citaten open. Het eerste citaat is afkomstig uit de Amsterdamsche Hermes deel I, nummer 14, p. 112 (30 december 1721):

Londen. De Jood Cotigno, die onlangs is gedoopt, en dagelyks verarmt, dreigt den Predikant die hem bekeert heeft, zich ten tweedemaal te doen besnyden, indien hy hem niet helpt.

Het tweede citaat staat eveneens in de Amsterdamsche Hermes, in deel II, nummer 5, p. 38 (27 oktober 1722):

Londen. Een yrsch priester genoemt Ino is, by mirakel, geechappeert uit zyn gevangenis, en by geluk, verdronken in den Teems.

Over het eerste citaat kan ik kort zijn. Cotigno lijkt me een veritaliaanste vorm te zijn van de Portugese naam Coutinho, maar in Engelse kranten heb ik met beide naamsvarianten bot gevangen.

Bij het laatste citaat vond ik wél twee artikelen. De Weekly Journal or Saturday’s Post van 29 september 1722 bericht:

On Thursday Night last, one of the State Prisoners in attempting to escape from the Custody of a Messenger, in Manchester-Court, was drowned in the Thames, the Tyde being up.

De Daily Journal van de maandag daarop, 1 oktober, geeft uitsluitsel over de identiteit van de gevangene die aan de gerechtsbode ontsnapt was:

The Person who escaped from the Messenger in Manchester-Court, and was drowned in the Thames, was one M. Neynoe, a Gentleman of about 25 Years of Age, and said to be a Romish Priest […]

In 1722 rommelde het in Engeland wederom behoorlijk: allerhande Engelsen werden ervan verdacht Jacobiet te zijn en een staatsgreep te beramen, al werd er uiteindelijk weinig bewijs gevonden. De episode staat bekend als de Atterbury Plot. Een katholieke priester die naar Londen gereisd was, was onder zulke omstandigheden driedubbel verdacht, en het is dan ook geen mirakel dat deze Neynoe gearresteerd was.

Wat voor mij de drie citaten uit de vorige en deze voetnoot verbindt, is dat Weyerman er met de spelling van namen ver naast zit – zó ver, dat dit de zetter niet aangewreven kan worden: Schwazzo – Schwartz, Cotigno – Coutinho, en Ino – Neynoe.

Natuurlijk was de spelling van namen in de achttiende eeuw niet uniform. Ook valt niet uit te sluiten dat er andere krantenberichten waren die met de spelling van de namen dichter bij Weyermans varianten komen. Ik stel me voorlopig echter voor dat Weyerman zich bij het schrijven van deze passages niet gebaseerd heeft op artikeltjes die hij zelf gelezen heeft, maar op stukjes die hij heeft horen voorlezen, of verhalen die hij in het koffiehuis heeft horen vertellen. Koffiehuispraat dus. Is dat te vergezocht? —Jac Fuchs

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.