Eindelijk Mary Wollstonecraft (1759-1797)

Tweede Nederlandse vertaling Vindication of the Rights of Woman wel in de winkel

donderdag 21 september 2017 – Op donderdag 7 september werd de verschijning van Mary Wollstonecrafts Pleidooi voor de rechten van de vrouw passend gevierd met een minister, een panel en enkele sprekers. Plaats van handeling Spui 25 in Amsterdam.

De publicatie van de vertaling is een daad van eenvoudige rechtvaardigheid. Dat er geen vertaling in het Nederlands beschikbaar was, kan slechts verontschuldigd worden door te wijzen op de beschikbaarheid en leesbaarheid van goede en goedkope Engelse edities.

Dat er bij de presentatie ook mannen present waren, werd ter plaatse gememoreerd, wat voor zichtbaar ongemak zorgde en althans bij mij herinneringen opriep aan de tijd dat de aanwezigheid van vrouwen of jongeren in het gezelschap aparte vermelding verdiende: ‘ha, daar is het jonge volkje’, ‘leuk dat er ook enkele dames zijn’. Beetje onhandig.

Wollstonecrafts Pleidooi maakt deel uit van een reeks ‘parels’ uit de periode van de Verlichting, die onder regie staat van Jabik Veenbaas. In de reeks verscheen al een tekst van Lamettrie, op stapel staan teksten van Paine, Burke en D’Alembert. Veelbelovend!

Oorspronkelijke of bewerkte Nederlandse teksten zijn vooralsnog niet aangekondigd. Ze ontbreken in elk geval ook in Veenbaas’ boekje over de Verlichting (De kraamkamer). Dat vind ik wel een gemis, al maakt dat gemis intussen school onder intellectuelen. We zagen het ook al bij de bloemlezing uit teksten van de Verlichting, samengesteld door Cyrille Offermans. Een wonderlijke coïncidentie: terwijl Jonathan Israel en filosofen uit de Rotterdamse school (Krop, Wielema, Van Bunge, Leeuwenburgh) laten zien hoe de vrijmoedigheid in de Republiek de weg baande voor heel Europa, daar lijken veel Nederlandse intellectuelen nog slechts oog te hebben voor de grote Franse, Britse en Duitse tradities.

Die middag in Amsterdam benadrukten de sprekers het belang van Wollstonecrafts Vindication voor het feminisme. In de geschiedenis van het feminisme in Nederland speelde de tekst echter vooral de rol van monument, want heel veel krachtdadige confrontaties met de tekst heugen mij en de sprekers niet. De ene spreker betreurde het dat de tekst in het Nederlands zo lang onbeschikbaar was geweest, waardoor de tekst niet de invloed kon hebben die gewenst was, de andere spreker wekte de indruk dat die invloed er niettemin geweest was. Die laatste spreker vroeg zich ook af of Petronella Moens de tekst gezien had. Tja, dat zijn vragen!

Myriam Everard, die – in tegenstelling tot de meeste sprekers van de middag – wél onophoudelijk de bronnen opzoekt, verhaalde van de lotgevallen van de eerste, door dominee Van Hamelsveld vervaardigde vertaling van Wollstonecraft. Die vertaling, waarvan tot op heden ieder exemplaar ontbreekt, moet niettemin verschenen zijn. Met een overvloed aan bewijs bestreed zij de gedachte dat de onvindbaarheid van de tekst een gevolg was van het niet-verschijnen ervan. De zoektocht gaat voort.

Hopelijk geldt dat ook voor de lectuur van Wollstonecrafts Pleidooi. De welsprekende pleidooien voor de tekst en schrijfster lieten goed zien dat Wollstonecraft in geschrifte vol venijn zat. Bij haar was bovendien het persoonlijke op overtuigende wijze ‘politiek’. Dat kan niet gezegd worden van allerlei bekentenissen en persoonlijke geschiedenissen die door sommige spreeksters opgedist werden met het idee dat het persoonlijke altijd politiek is. Soms is het persoonlijke alleen maar persoonlijk, soms zelfs minder dan dat.

Wollstonecrafts Pleidooi heeft alles in zich om een klassieker te worden. De lectuur vraagt wel tijd en concentratie. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

5 reacties op Eindelijk Mary Wollstonecraft (1759-1797)

  1. Myriam Everard schreef:

    Het verhaal van de eerste Nederlandse vertaling van Mary Wollstonecrafts Vindication of the Rights of Woman (1792), Verdediging van de rechten der vrouwen (Den Haag: J.C. Leeuwestijn, 1796) door IJsbrand van Hamelsveld, nu in de laatste Boekenwereld (december 2017)! Met in de marge een beargumenteerde afwijzing van het vooral in het buitenland levende idee dat Van Hamelsveld niet naar het Engelse origineel, maar naar de Duitse vertaling zou hebben vertaald. Uiteraard zal pas duidelijk worden wie gelijk heeft als een exemplaar van Van Hamelsvelds vertaling na een publieke afwezigheid van zo’n 150 jaar boven water komt. Daarom een oproep aan alle collectioneurs, boekensneupers, bibliotheekgangers, archiefratten: vindt een van de exemplaren die in de eerste helft van de negentiende eeuw nog geveild, geleend, gelezen werden, en een Lauwerkrans zal uw deel zijn!

  2. Jabik - Veenbaas schreef:

    Beste Peter Altena,

    Dat is een sportieve reactie van u en uw boetedoening aanvaard ik uiteraard graag. Wat die grote namen betreft – ze komen in mijn boek inderdaad voor, maar ik geloof dat ik toch ook bepaalde denkers over het voetlicht heb gebracht die in de naslagwerken niet altijd vooraan staan. Naast Balthasar Bekker zijn dat bijvoorbeeld Smith, Swift, Lamettrie, Wollstonecraft, Van Zuylen, Choderlos de Laclos, Sade en Condillac. Ik wilde een boek schrijven waarin ik aan de hand van een aantal hoofdthema’s – onttovering, democratisering, materialisme, vrouwenemancipatie etc. – een toegankelijk beeld van het tijdperk kon geven. Steeds heb ik me daarbij gericht op het lezen van oorspronkelijke filosofische en/of literaire teksten, met een open geest en met de bereidheid om mijn eigen oordeel aan te passen zodra dat nodig werd.
    Daarbij kwam ik overigens tot de opvallende ontdekking dat er op de Verlichtingsvisie van de toch ook in uw stukje weer geroemde historicus Israel veel kan worden aangemerkt. Bij denkers als Bayle, Condillac – een grote invloed op de Encyclopédie – en Lamettrie tref je verwoestende en steekhoudende kritiek aan op het denken van Spinoza. En al die denkers worden door Israel rustig als cryptospinozist geafficheerd – flagrante, ideologisch gemotiveerde onzin. Enfin, leest u er de betreffende hoofdstukken nog maar eens op na. In elk geval is mijn boek op dat punt bepaald geen herhaling van zetten.

    Alle goeds,
    Jabik Veenbaas

  3. Peter Altena schreef:

    Beste Jabik Veenbaas,
    U hebt meer gelijk dan mijn herinnering aan uw boek. Had ik me herinnerd dat u over Balthasar Bekker had geschreven, dan had ik het anders (en beslist minder categorisch) gesteld. Het lijkt me een gepaste zelfpenitentie dat ik uw boek andermaal lees. Hopelijk wilt u dat als boetedoening aanvaarden!
    Wat me van uw boek vooral bijstaat, is dat het zich richt op de Grote Namen. Of dat laatste ook onjuist is, dat van die Grote Namen, zal ik merken bij herlezing. Eerlijk gezegd verlang ik minder naar zo’n reeks portretten van kopstukken, maar meer naar hoofdstukken waarin het denken van tijdgenoten van Bayle, Rotterdammers en anderen, een context geeft aan de intellectuele prestaties van die kopstukken. Over Prosper Marchand, st Hyacinthe, Deurhoff, Koerbagh, Weyermars. Dat is een ander boek, dat weet ik wel, maar het wordt anders zo snel een boek over Helden van de Geest, Uren met ….
    Ik geloof dat de ontwikkeling van het verlichte denken in Europa (en Nederland) meer te danken heeft aan de intermediairs, de ‘kleine’ filosofen, de schrijvers van tijdschriften en pamfletten, dan aan bijvoorbeeld Rousseau. Wat biedt een blad als De Denker of De Philosooph niet een fantastische staalkaart aan Verlichting! Je leest daar in overzichten van de geschiedenis van de filosofie echter zelden iets over.
    De reeks die u bij de WB aan het opzetten bent, biedt hopelijk meer werk van Nederlandse filosofen en ‘philosophes’. Of de publieke weerklank van de twintigdelige Amboreeks Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland op dat punt veel reden tot optimisme geeft? Al brengt optimisme ook huer meer tot stand dan pessimisme.

  4. Jabik Veenbaas schreef:

    Beste heer Altena,

    Ik las uw stukje met plezier, maar ook met enige verbazing. Mag ik opmerken dat ik in mijn boek ‘De Verlichting als kraamkamer’ wel degelijk een hoofdstuk heb gewijd aan een Nederlandstalig boek? Hoofdstuk 4, ‘De dominee en de duivel’ geheten, handelt over ‘De betoverde weereld’ van Balthasar Bekker. Het is overigens heel goed mogelijk dat ik een bloemlezing uit dat belangrijke werk opneem in de serie die ik maak voor de Wereldbibiotheek. Verder besteed ik veel aandacht aan de Nederlandse denker Spinoza. Aan hem wijd ik hoofdstuk III, ‘Het godsbewijs van de atheïst’ en een deel van Hoofdstuk II, ‘Crisiservaringen.’ Verder bevat het boek een hoofdstuk over Pierre Bayle, die zijn grote werken in Nederland vervaardigde. Het aan Bayle gewijde hoofdstuk in mijn boek heet niet voor niets ‘De Socrates van Rotterdam.’ In het eerste hoofdstuk, ‘Heeft de Verlichting een begin?’ ga ik overigens expliciet in op de Republiek en haar veelgeroemde vrijheid van denken, in specifieke zin ook op het eerste stadhouderloze tijdperk. De gedachte dat ik geen oog heb voor de vrijmoedigheid van de Nederlandse Republiek en voor de Nederlandse denktraditie lijkt me daarmee afdoende weerlegd. Met vriendelijke groet!

  5. Reinold Vugs schreef:

    Goed geschreven impressie, Peter. Wie pakt de handschoen op en verzorgt een uitgave in hedendaags Nederlands van JCW’s De leevens byzonderheden van Johan Hendrik, Baron van Syberg?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.