Voetnoot 28

donderdag 28 september 2017 – In voetnoot 22 en voetnoot 23 heeft Jan Bruggeman aannemelijk gemaakt dat Weyerman voor zijn tijdschriften ook materiaal uit kluchtboeken bewerkte. De noten deden mij denken aan een aantekening die ik al als onbruikbaar van tafel geveegd had, maar die voldoende bij de twee voetnoten aansluit om er toch gewag van te maken.

Weyerman eindigt aflevering 10 van de Rotterdamsche Hermes (15 oktober 1720, p. 40) met een Spaans citaat. In een tirade tegen Harmanus van den Burg, de auteur van de Amsterdamsche Argus, schrijft hij:

Een Spanjaart schreef eens aan zyne huisvrou: ik ben de minste van uwe mannen. Elmenor marido de vuessa merced.
En Hermes roept, in spyt van Argus dommen yver,
Dat hy in keus en geest is d’allerminste schryver.

Die laatste twee regels zijn uiteraard tegen Van den Burg gericht. Maar hoe zit dat met die Spaanse echtgenoot? Het gaat om een anekdote die tot in de negentiende eeuw een wijde verspreiding gehad lijkt te hebben, maar die altijd in deze algemene termen verteld werd: de naam van de echtgenoot staat er nooit bij, en een verwijzing naar een betrouwbare bron wordt nooit gegeven.

Google Books maakt het ons mogelijk het verhaal in een Duitse uitgave uit 1700 te vinden. In de Neu eröffnete Schatzkammer allerhand rarer und auserlesener Historien und Curiositäten […] aus dem Französischen ins Teutsche übersetzet (eerste deel) (Nürnberg, 1700) staat:

Ein Spanier / dessen Nahme mir unwissend / war nicht so empfindlich als obige Eiferer / von welchen ich geredet: Gestalten er so indifferent bey seiner Frauen / und zugleich ein so guter Mann war / dass er sich in seinen Briefen nie anderst als so unterschriebe: Elmenor marido de vuessa merced. Ich bin und bleibe der geringste unter euren Ehmännern.

Dat die Schatkamer ‘aus dem Französischen ins Teutsche übersetzet’ is, klopt vast, want vier jaar eerder was de Spaanse echtgenoot al in het Frans gememoreerd in Diversitez curieuses pour servir de recreation a l’esprit (eerste deel) (Amsterdam 1696):

Un Espagnol dont on ne dit point le nom, n’étoit pas si délicat que ces jaloux dont je viens de parler; ca ril oestoit si peu jaloux de sa femme, & en mesme tems si bon homme, que quand il luy écrivoit, il souscrivoit ainsi ses Lettres: Je suis le moindre de vos maris. Elmenor marido de vuessa merced.

De Franse compilator heeft mogelijk op zijn beurt dit verhaaltje ontleend aan
Apophthegmata Graeca, Latina, Italica, Gallica, Hispanica collecta à Geraerdo Tvningio Leidensis ([Antwerpen] ‘Ex officina Plantiniana Raphelengii’ 1609), waar het wel heel bondig in het Spaanse hoofdstuk staat (onderaan p. 77):

Escriviendo vno a su muger, puso a par de la firma: El menor marido de vuestra merced.

Maar het verhaal is nóg ouder. Het blijkt zelfs zestiende-eeuws te zijn. Het staat al in Floresta Española de Apotehgmas o Sententias sabia y graciosamente dichas, de algunos Españoles, van Melchior de Santa Cruz de Dueñas (Brussel 1598), op p. 115:

Escriuiendo vno a su muger, puso a par de la firma: El menor marido de vuestra merced.

De eerste druk van dat werk, uit 1578, zal waarschijnlijk dezelfde tekst bevat hebben, maar dat heb ik niet kunnen controleren. Het staat wel in een druk uit 1588, wederom Sexta parte (Capitolo VI, paragraaf V), maar een directe link daarnaartoe heb ik niet weten te maken.

Ik stel voor om dit verhaal op de stapel van de verse oesters en de roodharige kok te leggen. Maar langs welke weg het in het repertoire van Weyerman terechtgekomen is … ? —Jac Fuchs

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.