Voetnoot 30

Een bijzondere gebeurtenis

Sir Andrew Fountaine door Carlo Maratta

donderdag 12 oktober 2017 – In zijn periodieken is Weyerman zelden uitgesproken positief over zijn tijdgenoten. Hij had natuurlijk wel idolen, zoals Willem III en Marlborough, en hij schreef waarderende woorden over een aantal schilderende collega’s, maar hij liet zich zelden ongeremd waarderend uit over anderen.

Het verschijnen van aflevering 16 van Den Kluyzenaar in een vrolyk humeur (ongedateerd, mogelijk uitgebracht op 18 mei 1733) mag dan ook een bijzondere gebeurtenis genoemd worden. De alinea op p. 125 over Sir Andrew Fountaine leest als een heiligenleven:

Die Ridder Fontaine is een welgemaakt man, een groot oudheytkenner, een beminnaar van de schilderkonst, en een voorstaaner van allerhande tuygwerkelyke konsten en wetenschappen. […] Niettegenstaande dat zyn ziel grootmoedig, zyn inborst adelyk, en zyn onvertzaagdheyt uyttartende is, echter zweeft zyn staatzucht nooit boven de grenspaalen van den Godsdienst. […] In ’t kort, die Ridder is een wys raadsheer, een oprecht onderdaan, een vertrouwt vrient, en een edelmoedige vyant. […] hy denkt wyslyk, ontwerpt eerlyk, en voert alles uyt stoutelyk, zonder eens om te kyken.

Geen geringe woorden. Ze lijken gemeend: we hebben in ieder geval geen Engelse tekst kunnen vinden die op deze lofzang lijkt.

Sir Andrew Fountaine (1676-1753) was zeer gefortuneerd. Zijn titel had hij te danken aan de lofrede die hij als student op Willem III had mogen houden toen deze in 1698 Oxford bezocht. In de eerste jaren van de achttiende eeuw verrichtte Sir Andrew diplomatieke missies, onder andere in de Republiek. Zijn langdurige verblijf op het vasteland benutte hij ook om zijn kennis op het gebied van boeken, munten, schilderijen en andere kunstuitingen te vergroten. Hij vervulde verder functies aan het hof en was enige tijd bewindvoerder van de Engelse munt.

Weyerman zou Sir Andrew dus in de Republiek ontmoet kunnen hebben, maar hij stelt expliciet dat hun ontmoeting in Londen plaatsgevonden heeft. Weyerman had hem al eens eerder genoemd, op 9 maart 1723 in de Amsterdamsche Hermes (deel 2, nr 24, p. 188).

Wat Weyerman ertoe bracht om hem tien jaar later de hemel in te prijzen, valt te lezen in de voorafgaande alinea in de Kluyzenaar: op zaterdag 28 april 1733 (Old Style; 9 mei op het Continent) vond er in Londen een grote brand plaats, waarbij Sir Andrew een kapitaal verloor. Het was overigens maar een fractie van zijn vermogen. –Jan Bruggeman & Jac Fuchs
(wordt vervolgd)

Literatuur

  • Over de datering van de nummers van Den Kluyzenaar in een vrolyk humeur: Jac Fuchs, ‘Den Kluyzenaar in een vrolyk humeur (1733) van Weyerman’, in Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 38 (2015), p. 194.
  • Over Sir Andrew Fountaine: Brinsley Ford, ‘Sir Andrew Fountaine One of the keenest Virtuosi of his Age’ in: Apollo, vol. CXXII. No. 285 (november 1985), p. 352-358, en uiteraard het lemma in de Oxford Dictionary of National Biography.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *