De jonge jaren van Nicolaas Hoefnagel in Monnickendam en Purmerend (4)

Portret van Petrus Nahuys, gravure Jacob Houbraken, naar Jan Maurits Quinkhard

vrijdag 3 november 2017 – In deel 1, deel 2 en deel 3 van dit artikel schreef ik over Klaas Hoefnagel in Waterland: in Monnickendam, Purmerend en Alkmaar. Echt glansrijk kun je zijn carrière niet noemen. Zelf beweerde hij dat hij als kunstschilder werkzaam was, maar de bewaard gebleven tekeningen doen ernstig twijfelen aan zijn vakmanschap.

Na een paar jaar verhuisde Hoefnagel naar Den Haag, waar hij een carrière begon als publicist. In 1772 verscheen een Brief van een voornaam Heer uit Noord-Holland, waarin hij – volgens Ton Jongenelen door Willem Ockers – fel werd aangevallen. Hoefnagel zou een luiwammes zijn geweest die het schildersvak niet verstond. Hij zou zijn dagen in de kroeg gesleten hebben, door geen braaf mens zijn gezien en overladen met schande zijn vertrokken.

Hoefnagel antwoordde verontwaardigd dat er geen plaats was waar hij had gewoond, of hij durfde er terug te komen. De feiten geven hem gelijk. In 1773 publiceerde hij het Het Juichend Noord-Holland, een verslag van het bezoek van Willem V aan Noord-Holland, waarvoor hij van stad tot stad met de stadhouder meereisde. De prins ging via Broek in Waterland naar Hoefnagels geboortestad Monnickendam, waar alles was versierd. Alle Monnickendammers waren op de been voor een plechtige ontvangst. Hoefnagel beschreef hoe Willem V door hoofdofficier Nahuys en burgemeester Van Sanen werd rondgeleid.

Opmerkelijk genoeg ging hij daarmee geheel voorbij aan de politieke verhoudingen in het stadje. In 1766 was een hevige factiestrijd ontstaan, waarin Hoefnagels bloedverwanten onder leiding van burgemeester Arent van Sanen, de concurrerende factie onder leiding van de gebroeders Hubert en Hendrik Nahuys – de één burgemeester, de ander hoofdofficier en baljuw – buiten spel had gezet.

Men zou verwachten dat Hoefnagel burgemeester Van Sanen, sinds 1766 de onbetwiste matador in de lokale arena, uitgebreid in het zonnetje zou zetten. Maar het tegendeel was het geval. De inleiding van Juichend Noord-Holland begint met een citaat van de overleden Monnickendamse predikant Petrus Nahuys, de vader van de twee broers, en de stamvader van de gelijknamige factie. Nadrukkelijk belichtte Hoefnagel bovendien de rol van de hoofdofficier Hendrik Nahuys. In tegenstelling tot andere steden noemde hij Nahuys nog voor de burgemeesters.

Ook Hanou viel dat op. Hij veronderstelde dat Hoefnagel de man van de wet te vriend wilde houden, maar het was meer dan dat. Het zou een oppervlakkig geïnformeerde lezer niet zijn opgevallen, maar met deze weergave toonde Hoefnagel zich onafhankelijk van zijn bloedverwanten en koos hij in feite partij voor hun tegenstanders. Enig resentiment ten aanzien van de Van Sanen-clan lijkt Hoefnagel dus niet vreemd te zijn geweest, maar misschien was er meer. Wat was er gebeurd in 1766? (wordt morgen vervolgd) —Sjon Besseling

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.