Voetnoot 34

Perzisch in het werk van Weyerman (2) – Het epigram van de kalief

dinsdag 14 november 2017 – Een maand geleden schreef ik over het Perzische vers ‘Tziri, t ziri triagh Janitzae?’ in Den Amsterdamschen Hermes. Er zitten nog meer Perzische citaten en oosterse elementen in het werk van Weyerman.1

Wie zoekt, vindt er al snel een paar. Dat is niet zo verwonderlijk, want in de tweede jaargang van Den Amsterdamschen Hermes opent Weyerman de aanval op Isaac Simons, Adriana Vissers ex die in het tijdschrift de spotnaam ‘Persiaansche zydeweever’ krijgt. De satirische teksten zijn rijk voorzien van Perzische en Arabische namen, begrippen en citaten.

In aflevering 21 (16 februari 1723, p. 161-168) start Weyerman ‘De vermaakelyke Leevensloop van een Persiaansche Zydeweever. Overgezet uit een Persiaansch Manuscript’. De aflevering begint met een vierregelig motto.

Tu nous dis, ô Scheikh, des choses edifiantes, & même fort touchantes.
Tu ’t arretes peu dans ún lieu, & tu passes la plus grande partie de ta vie en Pêlerinages.
L’austerité de ta vie frape les jeux de tout le monde,
Cependant je m’aperçois, que tu a mille petites ruses dont tu fais un grand usage.
Mostanser le Calife.2

In het Nederlands luidt het vers als volgt (vertaling JB):

Je vertelt ons, o sjeik, stichtelijke en zelfs zeer roerende zaken.
Je verblijft maar kort op een plaats, en je brengt het grootste deel van je leven door met bedevaarten.
Je strenge levenswijze maakt op iedereen indruk,
maar ik merk dat je duizend kleine listen hebt, waarvan je veelvuldig gebruik maakt.
Kalief Mostanser

Dit gedicht, geschreven door kalief Mostanser, is gericht tegen sjeik Schehabeddin Omar Schaharuardi (1145–1234), van wie verteld wordt dat hij gewoon was na het avondgebed de gehele Koran te lezen.

Ik vond het gedicht terug in het lemma over de Perzische dichter Auhadi Maragah (1271–1338). Het lemma staat in [Barthélemy] d’Herbelot, Bibliothèque orientale, ou dictionaire universel contenant généralement tout ce qui regarde la connoissance des peuples de l’Orient uit 1697 (p. 148).3 Dezelfde tekst vond ik ook in het supplementdeel van Le grand dictionaire van Louis Moréri uit 1716 (p. 231).4

Kalief Mostanser (thans Al-Mustansir Bi’llah) leefde van 1192 tot 1242. In 1226 besteeg hij de troon van het kalifaat van de Abbasiden. Hij stichtte vele openbare gebouwen, waaronder de Mustansiriya Madrasah, een van de oudste universiteiten ter wereld. Tijdens de maand ramadan liet hij door heel Bagdad vele rijk gevulde tafels aanrichten.

Wat de aanleiding is geweest tot het schrijven van het schimpdicht weet ik niet. De originele tekst heb ik niet gezien, dus ik kan niet zeggen of die geschreven is in het Perzisch of in het Arabisch.

Het motto past heel goed bij de bewuste aflevering van Den Amsterdamschen Hermes. Weyerman vertelt drie verhalen over mensen die zich heel anders voordoen dan ze eigenlijk zijn. Daarover meer in een volgende voetnoot.

Conclusie
Welke bron Weyerman heeft gebruikt, kan ik nu nog niet zeggen. Hij moet zijn bron wel heel goed gelezen of gekend hebben om daaruit dit motto te kunnen putten. Of heeft iemand hem hierbij geholpen die beter thuis was in het onderwerp? —Jan Bruggeman

1 Christien Dohmen wees hier al op in haar boek In de schaduw van Scheherazade. Oosterse vertellingen in achttiende-eeuws Nederland (2000), p. 75.
2 In de tekst van Weyerman staan enkele storende zetfouten, zoals ‘frape les jeux’ in plaats van ‘frappe les yeux’. Mijn vertaling is gebaseerd op de tekst uit de Bibliothèque orientale, ou dictionaire universel contenant généralement tout ce qui regarde la connoissance des peuples de l’Orient, 1697, p. 148.
3 Van de Bibliothèque orientale bestaat een Duitse vertaling: Orientalische Bibliothek oder Universalwörterbuch, welches alles enthält, was zur Kenntnis des Orients nothwendig ist (1785), waarin op p. 467 het gedicht in Duitse vertaling staat.
4 In de gedigitaliseerde edities van Le grand dictionaire uit 1674, 1683, 1694 en 1717 staat het lemma niet, wel in het supplementdeel uit 1716 en in de edities 1718, 1725 en latere edities. Ik weet niet of er tussen 1718 en 1725 nog een editie is geweest. Het Groot algemeen woorden-boek uit 1725 (deel 2, p. 702) heeft wel het lemma over Auhadi Maragah overgenomen, maar niet het epigram.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.