Rampgebied Groningen

Van aardbevingen (nu) naar Kerstvloed (1717)

vrijdag 22 december 2017 – Piet H. Nienhuis heeft in de periode 2013-2017 enkele dagen per jaar in het noorden van Groningen gepelgrimeerd, in het landschap van zijn jeugd. Nienhuis, in 1938 in ‘stad’ geboren, bracht zijn jeugd in Appingedam door.

Oh Appingedam, waar ik bijna ter wereld kwam! Ben er pas een zaterdag met mijn oudste zoon geweest, de hangende keukens, de regen, de musea, het water, wat een gaaf stadje, geboortestek van heel wat befaamde hoogleraren (zoals het museum duidelijk maakte). In Groningen kocht ik bij Godert Walter het boek dat Nienhuis schreef.

Nienhuis, Nijmeegse emeritus, had een andere missie in het Noorden. In zijn boek Kerstvloed 1717. Een pelgrimstocht doet hij nauwkeurig en aanstekelijk verslag van zijn wandelingen door de streken die in 1717 getroffen werden door de grootste overstromingsramp die de regio de voorbije eeuwen trof. Zijn overvloedig geïllustreerde boek beschrijft en analyseert ook de ramp van 1717, die in Groningen aan bijna 3000 mensen het leven kostte en in Noord-Duitsland zo’n elfduizend levens vergde (en Friesland min of meer onberoerd liet).

Het biedt een verhelderend perspectief: de ramp spoorde de Groningers aan om de dijken te versterken, de wederopbouw van het getroffen gewest bracht nieuwe welvaart en gunde de Groningers een haast ongedachte rijkdom. Toen ik dat las, hoopte ik voor de Groningers dat de herstelbetalingen vanwege de door de gaswinning veroorzaakte schade een vergelijkbaar effect sorteren.

Het aardige van het boek van Nienhuis is dat het een aantal boeken tegelijk is: een wandelgids (de wandelschoenen jeuken) en een geschiedenis van de ramp van 1717, maar ook een boek over de lokale oproerigheid in 1718 en 1748. De Groninger opstandigheid van nu kan nog wel wat opsteken van de woede van 1718 en 1748, al liep het voor de opstandelingen in de achttiende eeuw dan niet goed af.

Het boek van Nienhuis vraagt bijzondere aandacht voor Thomas van Seeratt (1676-1736), vermoedelijk van Zweedse komaf. Hij had zo’n twintig jaar gevaren voor de WIC en was daarbij betrokken geweest bij slaventransporten. Hij werd in 1716 in Groningen commies-provinciaal, verantwoordelijk voor het toezicht op de waterwerken zoals bruggen en dijken. In zijn in 1730 uitgegeven Journaal – intussen vrij toegankelijk via internet – beschrijft hij het door hem geleide dijkherstel.

In het Journaal bouwt Van Seeratt aan zijn reputatie als redder van het Groninger gewest. De door hem getroffen vergelijking van het Friese en Groninger dijkbeheer valt steevast in het nadeel van de Groningers uit. De bijna drieduizend verdrinkingen en de kolossale schade die het gevolg waren van de Kerstvloed gaven Van Seeratt uiteraard een vlot gelijk en hij mocht van het gewestelijk bestuur zijn licht opsteken in Friesland.

Bij het door Matrijs uitgeven boek van Piet Nienhuis hoort ook een klein boekje, dat als wandelgids gemakkelijk in de binnenzak mee te nemen is. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.