Voetnoot 43

Raadselverzen (2) – Moeder en zoon

dinsdag 6 februari 2018 – Nadat ik bij toeval ontdekt had dat een van Weyermans raadselverzen ontleend was aan een Frans origineel (voetnoot 40), heb ik onderzocht of dit ook voor de andere raadselverzen geldt.

In De Rotterdamsche Hermes staan vier raadselverzen. Een gaat over een moeder en haar zoon.1 De moeder is de wijnstok en haar zoon is de wijn.

RAADSEL:
De Moeder woont op ’t lant, de Zoon bewoont de steden.
Ze is nooit bevrucht of staat met sidderende leden.
Zy rust haar’ zwangren buik op stokken of den gront.
Ze is ’s winters moedernaakt en kan zich nergens keeren:
En sneeu en hagel is haar bont.
Maar als de Lent genaakt verschynt ze in zomerkleeren.

Als Moeder is zy vrank; een kerker houdt den Zoon
Geboeit als een Verraâr in houte of yzre beugelen,
En echter boeit hy Mensch en Goôn
Door krachten die tot noch geen sterveling kon teugelen.

Hy voedt de Gryzaarts, schoon hy zelf zyn voeder is,
En wort verwoet en dol door ’t rypen zyner jaren.
Hy ’s zoet, en zal ’t heelal vervaren.
Ei zeg aan Hermes eens wie Zoon en Moeder is.

Detege quam cernis tabulam velamine moto,
Comperies vitem, comperiesque merum.

Vertaling
Onthul de tekst die je (door)ziet, nadat de doek is weggenomen,
Dan zal je duidelijk doorgronden de wijnstok en de onvermengde wijn.2

Ik zocht in Google op ‘énigme’, ‘mère’, ‘campagne’, ‘fils’ en ‘ville’ en kreeg slechts één treffer uit de zeventiende eeuw, maar wat voor een treffer: een heel boek over raadsels.
Claude-François Ménestrier, La philosophie des images énigmatiques, où il est traité des énigmes, hiéroglyphiques, oracles, prophéties, sorts, divinations, loteries, talismans, songes, centuries de Nostradamus, de la baguette (Lyon, Hilaire Barital, 1694).3

Het raadselvers blijkt oorspronkelijk een Neolatijns raadselvers te zijn. Ménestrier (1631-1705) komt met een Franse uitleg in proza (p. 30-31).

De dichter, Claude du Verdier (1565-1649), zoon van Antoine du Verdier, schreef al op jonge leeftijd Neolatijnse verzen. Ze zijn gepubliceerd in Peripetasis epigrammatum variorum latius oratione soluta expressorum (Paris 1581).4

Het Neolatijnse raadselvers heeft een expositio [uitleg] in het Latijn. Dat zijn de twee regels die ook bij Weyerman onder het raadselvers staan.

Verder onderzoek leverde nog een bron op. In Diversitez curieuses en plusieurs lettres (Amsterdam 1699) vond ik niet alleen het raadselvers van Claude du Verdier, maar ook het 14-regelige raadselvers ‘Je suis en liberté, sans sortir de prison’.5 Er is dus nu een bron waarin beide raadselverzen staan, zoals Weyerman die heeft bewerkt. —Jan Bruggeman

1 De Rotterdamsche Hermes, afl. 19, 28 november 1720, p. 95.
2 Met dank aan mijn collega Bosco Smit, voor zijn commentaar en verbetering van mijn vertaling.
3 Er bestaan nog meer edities uit 1694 met andere impressa. Het Neolatijnse raadselvers staat op twee plaatsen: p. 30-31 en p. 126-127. In deze uitgave staat op pagina 198-200 de 28-regelige versie van het raadselvers ‘Je suis en liberté, sans sortir de prison’. Bij Weyerman telt dit raadselvers veertien versregels.
4 Het raadselvers staat op pagina 164.
5 Het Neolatijnse raadselvers staat in deel 2, p. 345-347; het Franse staat ook in deel 2, p. 293-294.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.