Voetnoot 46

Schotten in het werk van Weyerman 1
Beschryving der Schotsche Hooglanders

dinsdag 27 maart 2018 – De moeder van Weyerman was half Schots. Ook kolonel Lauder, in wiens regiment Weyerman diende, was van Schotse afkomst. En zo zijn er nog meer Schotten in het leven en werk van Weyerman te vinden. Het is dus waar als Weyerman schrijft dat hij in zijn jeugd bekend is geweest ‘met een groot getal van die bergwilden’.1

In deze en enkele volgende voetnoten willen Jac Fuchs en ik aandacht besteden aan Schotland en de Schotten in het werk van Weyerman.

Het tijdschrift Den Amsterdamschen Hermes bevat een ‘Beschryving der Schotsche Hooglanders’.2 Directe aanleiding was een memorie, die in maart aan het Britse Hof was aangeboden. De ’s Gravenhaegse Courant publiceerde in twee afleveringen een vertaling daarvan.Het beeld dat van de Schotten in De memorie aangaende den staet der Schotse Hooglanders wordt geschetst, is erg negatief. De Schotten zijn geneigd tot rebellie. Ze zijn katholiek, de paus is hun kerkvorst en Jacobus zien ze als hun wettige vorst. Aanbevolen wordt dat er scholen moeten komen, zodat de Schotten goed onderwijs krijgen, en dat hun eigen taal uitgeroeid moet worden. Ook moeten ze onderricht worden in de beginselen van de protestantse religie.

De memorie komt niet alleen voor in de ’s Gravenhaegse Courant. De Europische Mercurius voor het jaar 1723 neemt de tekst uit de krant in zijn geheel over.4 De auteur, Laurens Arminius, sluit deze af met een verwijzing naar Den Amsterdamschen Hermes:5

Iemand een nette Beschryving van den aart en het gedrag van de Schotze Hooglanders desidereerende, zal dezelve kunstig behandelt vinden in het tweede Deel van den Amsterdamchen Hermes, No. 29. Pag. 225.

Weyerman geeft zijn lezers een humoristische beschrijving van de Schotten, hun kleding en hun afkomst. Ze spreken een brabbeltaaltje, zijn notoire veedieven en de bekende Rob Roy is een aartsschelm. Over hem meer in een volgende voetnoot.

In eerste instantie veronderstelde ik dat Weyerman zijn tekst ontleend had aan een Engelse satire. Weyermans ‘Beschryving der Schotsche Hooglanders’ begint met:

Schotland is in twee zoorten van volk verdeelt, en die twee zoorten zyn, grootelyks, onderscheiden in zeeden, en in taal. De Schotten die breet Engelsch spreeken, zyn maatelyk geciviliseert, en, de Wraak, Ontrouw, en Intrest, uitgezondert, zeer beleefde Eilanders. Maar de Hooglanders, die een Aapetaal stameren, Gachtlet genoemt, zyn wilde, onbesuisde, diefachtige, moordaadige, en wederspannige heerschappen.

Deze zinnen, zonder de denigrerende opmerking ‘apentaal’, vond ik al snel terug in The Jewish Spy. Alleen is dit werk van 1740. Op de titelpagina staat dat The Jewish Spy vertaald is uit het Frans. Het oorspronkelijke werk is getiteld Lettres juives, geschreven door Jean-Baptiste de Boyer, marquis d’Argens (1704-1771). Het zevendelige werk omvat 201 brieven van een drietal joden. Het Franse werk is echter van 1736-1739, nog altijd dertien jaar later dan Den Amsterdamschen Hermes. Met de Franse tekst vond ik gelukkig een oudere bron die Weyerman gebruikt zal hebben: Le grand dictionaire van Louis Moréri.

Het blijkt dat Weyerman zijn ‘Beschryving der Schotsche Hooglanders’ ontleend heeft aan het lemma ‘Escosse’ uit dit woordenboek. Weyerman wisselt de tekst af met drie anekdotes.

Op pagina 228 van Den Amsterdamschen Hermes haalt Weyerman verschillende geschiedschrijvers aan. Hij wekt de indruk dat hij een uitgebreid literatuuronderzoek heeft gedaan en diverse werken over Schotland uit de kast heeft gehaald. Hij ‘citeert’ Henry of Huntingdon, George Buchanan, Matthew of Westminster en William Camden. Het tegendeel is echter waar. De gehele passage is overgenomen uit Le grand dictionaire. De volgorde, de fragmenten, alles komt uit het lemma ‘Escosse’.6

De ‘Beschryving der Schotsche Hooglanders’ is een schoolvoorbeeld van hoe Weyerman als weekbladschrijver te werk gaat. Hij haakt in op de actualiteit, vertaalt/bewerkt een bestaande tekst en lardeert die met enkele anekdotes. Op die manier ontstaat er een nieuwe, satirische tekst. —Jan Bruggeman

1 Den Amsterdamschen Hermes, deel 2, afl. 29 (12 april 1723), p. 225.
2 Den Amsterdamschen Hermes, deel 2, afl. 29 (12 april 1723), p. 225-229.
3 ’s Gravenhaegse Courant, 26 maart en 2 april 1723. Het is Jac Fuchs en mij nog niet gelukt de oorspronkelijke memorie terug te vinden.
4 Europische Mercurius (Amsterdam 1723), 34e stuk, eerste deel, p. 165-170.
5 Dit deel van de Europische Mercurius bevat nog twee andere verwijzingen naar Den Amsterdamsche Hermes (p. 46 en 49).
6 Le grand dictionaire (Amsterdam/Den Haag 1702), deel 2, p. 447. Het citaat van Silius Italicus, dat bij Huntingdon staat vermeld en dat ook als motto dient, heeft Weyerman zeer waarschijnlijk ontleend aan het lemma ‘Cantabres’. De Cantabri waren een Keltisch bergvolk dat bekendstond als ‘ontembaar’.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.