Voetnoot 47

Schotten in het werk van Weyerman 2

donderdag 5 april 2018 – Op 4 september 1724, in nummer 48 van deel I van Den Ontleeder der Gebreeken, komt Weyerman met een Schots onderwerp: de grotten van Gilmerton, ten zuiden van Edinburgh. Een lokale ambachtsman had er in vijf jaar een aantal ruimten uitgehakt, waarna hij er zijn intrek in had genomen.

Aanleiding voor Weyerman was een stukje dat, zoals hij zelf aangeeft, op 23 augustus van dat jaar in de ’s Gravenhaegse Courant had gestaan. Zowel de saaiheid als de onderwerpkeuze hadden zijn ergernis gewekt. Hij uit zijn ongenoegen meer dan twee pagina’s lang.

Daarbij noemt hij de Haagse courantier Pauw ‘Peacock Tacitus’, omdat deze de lezer geen goed geformuleerd nieuws, maar een Britse geschiedenis in een vlakke schrijfstijl voorzet. Weyerman heeft zelf het bericht in vloeiender zinnen gegoten en geeft van een bijbehorend vers dat Pauw in rammelend proza vertaald had, zowel de originele Engelse tekst als een berijmde vertaling.

Weyerman moet de oorspronkelijke versregels uit een Engelse krant gehaald hebben. Hij zal daar ook gekeken hebben hoe de tekst van het artikel er uitzag vóór Pauw die vertaalde; vermoedelijk raadpleegde Weyerman de Daily Post of de London Journal, maar het artikel is in veel meer kranten in dezelfde bewoordingen geplaatst.1

De grot van Gilmerton bestaat nog steeds. Het is een toeristentrekker, maar merkwaardig genoeg wordt gezegd dat het verhaal over George Paterson, die de grot uitgehouwen zou hebben, voor het eerst in 1782 gepubliceerd is. Verder zijn de dichtregels nog wel in de grot aanwezig, maar denkt men dat ze pas ruim ná 1724 op de huidige plek zijn aangebracht. Hoe dan ook, Pennycuik, die ze schreef, kan toegevoegd worden aan de rij van Engelse auteurs die Weyerman vertaald heeft.

Jan Bruggeman wees me erop dat ook Laurens Arminius in de Europische Mercurius over Gilmerton schrijft. Arminius neemt het bericht echter, inclusief de kreupele prozavertaling, letterlijk uit de ’s Gravenhaegse Courant over en geeft er verder geen commentaar op.

Na de oorwassing voor de Haagse courantier vertelt Weyerman welke verhalen over grotten, mits stijlvol gebracht, wél geschikt zijn voor zijn publiek. Aan die verhalen zal ik later een eigen voetnoot wijden. Met het noemen van Rob Roy geeft Weyerman ook het slot van de aflevering een Schots accent. Ook Rob Roy zal te zijner tijd zijn eigen voetnoot op de site krijgen. – Jac Fuchs

1 Het bericht zal oorspronkelijk op 30 juli 1724 in een Schotse krant gestaan hebben, want alle kranten die het brengen, beginnen met Edinburgh als plaatsnaam en 30 juli als datum. Het was in ieder geval op 10 augustus 1724 opgenomen in de Daily Post, op 12 augustus 1724 in de Original London Post or Heathcote’s Intelligencer en in Parker’s London News or the Impartial Intelligencer, en op 15 augustus 1724 in de British Journal, de London Journal, de Universal Journal en de Newcastle Courant.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.