Betje, Belle en Etta

Vergelijkend vrouwenonderzoek

Portret Belle van Zuylen, door Jens Juel (coll. Slot Zuylen)

dinsdag 5 juni 2018 – In het nieuwe Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde, dat van 2016-2017, maar vers van de pers, laat Wijnand Mijnhardt, de voorzitter van de Maatschappij, twee keer van zich lezen. In zijn ‘Jaarrede’, onder de veelbelovende titel ‘De toekomst van de Maatschappij’, onderwerpt hij de ‘zuilen’ van de Maatschappij aan een kritisch onderzoek. Het verlangen naar grotere bekendheid en laagdrempeligheid komt onder meer tot uitdrukking in het voornemen om ‘stimulerende onderwijsinitiatieven’ te steunen. Die initiatieven moeten dan wel ‘inhoudelijk en/of didactisch vernieuwend’ zijn.

Of de verhandeling, die Mijnhardt op zijn jaarrede laat volgen, een proeve van die nieuwe benadering is, weet ik niet, maar zulks laat zich wel raden. De titel luidt: ‘Belle van Zuylen, Etta Palm en Betje Wolff. Drie Nederlandse vrouwen en de Europese Verlichting’ en het biedt, in het geleerde kielzog van Plutarchus en diens Parallelle levens, een vergelijking van drie vrouwenlevens. Mijnhardt verwacht dat die vergelijking ‘ons kan helpen drie achttiende-eeuwse vrouwenlevens […] beter te begrijpen’.

Elders in het Jaarboek, op bladzijde 82, wordt het belang van een nadere beschouwing onderstreept door de mishandeling van de schrijfsters Wolff en Deken: Aagje Wolff en Betje Deken heten ze daar. Etta De Koninck en Belle van Vleuten? Werk aan de winkel dus! Het is mooi dat de voorzitter daarmee begint.

Het is wel jammer dat hij meent dat er over Etta Palm weinig geschreven is – en daarbij de Etta Palm-roman van Frans Thomése over het hoofd ziet (en overigens ook de Wolff & Deken-romans van Jan Mens en Kees ’t Hart) – en het onvolprezen Vrouwenlexicon (digitaal en in boekvorm) als bron onvermeld laat.

En ja, de vergelijking scherpt het zicht op de eigen aard van Betje, Belle en Etta. Overeenkomsten en verschillen, daar mocht op gerekend worden en die zijn er dan ook. Voor wie een beetje bekend is met dit fameuze drietal, zal er misschien niet zo veel nieuws in de ‘Parallelle levens’ van deze drie vrouwen te vinden zijn, maar aan het eind van zijn verhandeling verlaat Mijnhardt het geasfalteerde pad. Hij constateert (of construeert) een paradox: Betje en Etta gingen de weg van de moderniteit, zij waren ‘groot’ in hun eigen tijd. Belle bleef achter, maar ‘vandaag’ vinden ‘we’ Belle ‘de belangrijkste van de drie. Volgens Mijnhardt heeft dat te maken met de functie van het werk van Belle van Zuylen ‘als een handboek voor levenskunst voor alle sexen en alle standen’, daarmee heeft zij een betekenis die ‘boven elke historische’ uit gaat. Betje en Etta lezen we ‘alleen nog maar als we het verleden willen begrijpen’, ‘Belle als we ook onszelf willen doorgronden’.

Het is een beetje oneerbiedig om de schrijver van een zo vlot en verleidelijk essay tegen te spreken. De voorbije jaren heb ik heel wat van Belle van Zuylen, in vertaling, gelezen en nimmer kwam ik op de gedachte het gelezene ‘als een handboek’ op te vatten of om via Belle mijzelf te doorgronden. Mijnhardt noemt van Betje Wolff slechts de Onveranderlijke Santhorster Geloofsbelydenis – is het flauw om erop te wijzen dat dat niet de correcte titel is? – en die satire biedt de lezer inderdaad openingen naar een begrip van het verleden. Het satirisch genre is echter bij uitstek en zichtbaar tijdgebonden. De romans van Wolff en Deken en Van Zuylen zijn dat ook, maar omdat zij over het leven, de liefde en het hart gaan, lijken zij minder ‘historisch’. Een roman als Sara Burgerhart wilde de lezeressen een handleiding geven voor ‘goed leven’, zeker, maar in sommige brieven glinstert niettemin voor tegenwoordige lezers de kans op doorgronding van het eigen lot.

Heeft Mijnhardt ongelijk? Nee! Het proza van Belle van Zuylen is veel vlotter, het lijkt wel of haar personages de kunst van het helder spreken beter verstaan dan de personages van Wolff en Deken. Heeft dat van doen met de prozatradities in Frankrijk en Nederland? Heeft Mijnhardt dan gelijk? Nee, dat nu ook weer niet, zeker niet helemaal. —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.