Voetnoot 55

Nog een Engels motto van Weyerman (Amsterdamsche Hermes I nummer 39)

Sir Richard Steele, door Jonathan Richardson (1712)

zondag 10 juni 2018 – Toen ik in voetnoot 50 en voetnoot 51 over de Engelse motto’s van Den Ontleeder der Gebreeken schreef, hoopte ik met Engelse motto’s van Weyerman stof genoeg te hebben voor een hele reeks voetnoten. Dat bleek tegen te vallen: de overige tijdschriften van Weyerman doorkijkend kwam ik niet verder dan acht stuks, waarvan de twee motto’s uit Het Oog in ’t Zeil al eens besproken waren.

Het allereerste Engelse motto dat Weyerman gebruikte, lijkt echter nog niet besproken te zijn. Het staat in nummer 39 van deel I van de Amsterdamsche Hermes (23 juni 1722):

Who names that lost thing, Love, without a Tear.

Dit motto is past buitengewoon goed bij die aflevering, want na een verwijzing naar Shakespeare beschrijft Weyerman een liefdesaffaire die gepaard ging met een duel met een Engelse kolonel. De man die het vertelt, is een kop groter dan de meeste mensen in zijn omgeving. Het duel vond ruim zestien jaar eerder plaats in het Mastbos bij Abdera (Breda). Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Weyerman de lezer hier autobiografisch materiaal aanreikt.

Over Weyerman en Shakespeare wil ik later iets schrijven, voor nu zal ik me tot het Engelse motto beperken.

In de vorm die Weyerman geeft stond het vooraan aflevering 5 van de Tatler van 19-21 april 1709. In de Tatler nam Steele echter méér regels op, en legt hij het auteurschap bij een – niet genoemde – eerdere schrijver:

Who names that lost Thing, Love, without a Tear,
Since so debauch’d by ill-bred Customs here?
To an exact Perfection they have brought
The Action, Love, the Passion is forgot.
This was long ago a witty Author’s Lamentation, but the Evil continues; […]

Wie was die geestrijke auteur uit vroeger tijden? Die vraag blijkt tegenwoordig met internet niet moeilijk te beantwoorden. Het was een auteur die voor Weyerman zeker geen onbekende was: John Wilmot, graaf van Rochester (1647-1680)! Steele voegde hier tweemaal twee regels (regels 34-35 en 58-59) samen uit ‘A Letter fancy’d from Artemisa in the Town, to Cloe in the Country’ (beginregel: Cloe, by yaur [sic!] command in Verse I write).

Dat gedicht komt voor in drukken uit 1680 met een vals Antwerps impressum van Rochester’s Poems on several occasions, maar het was in 1679 ook al als zelfstandig pamfletje verschenen. In die drukken luiden de regels:

[But how (my dearest Cloe) shou’d I set
My Pen to write, what I wou’d fain forget?]
Or name the lost thing Love, without a Tear,
Since so debauch’d by ill-bred Customes here?
[…]
To an exact Perfection they have brought
The action Love, the Passion is forgot;

Weyerman heeft heel wat meer stof uit de Tatler gehaald. Dat de zin bij Rochester met ‘Or’ begint, en bij Weyerman en Steele met ‘Who’, maakt het voor mij zeker dat Weyerman de zin uit dat tijdschrift heeft gelicht. Weyerman was beslist wel in het werk van Rochester thuis, maar omdat hij er niet meer werk van gemaakt heeft, vermoed ik dat hij zich niet eens gerealiseerd heeft dat de regels van Rochester afkomstig waren.1 —Jac Fuchs

1. Weyerman bezat mogelijk zo’n ‘Antwerpse’ druk van Rochester’s Poems on several occasions. Hij noemt dat werk in ieder geval op pagina 77 [=85] van Godgeleerde, Zeedekundige en Historiesche Bedenkingen Over den Tekst der Spreuken Salomons (Amsterdam 1730), waar hij er ook enkele regels uit vertaalt.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.