Voetnoot 56

Vader Mena

dinsdag 12 juni 2018 – Tweemaal vertelt Weyerman het verhaal over Vader Mena: de eerste keer in proza en de tweede keer in dichtvorm. Beide versies staan in het tijdschrift Den Ontleeder der Gebreeken.1

Het verhaal over Vader Mena speelt zich af in de Spaanse stad Valladolid aan het begin van de zeventiende eeuw. In die stad leefde toen een rijke weduwe. De jezuïet Mena, haar biechtvader, wist haar zo te bepraten dat ze in het geheim met hem trouwde. Toen in 1607 de waarheid aan het licht kwam, vertelde de orde dat Vader Mena krankzinnig was en hij werd snel overgeplaatst. Daarna heeft niemand meer iets van hem gehoord.

Het verhaal vond ik terug in Speculum Jesuiticum. Or, The Iesuites Looking-glasse uit 1629 (p. 5-7), maar ik ben er zeker van dat Weyerman het verhaal heeft ontleend aan een andere bron: The Weekly Pacquet of Advice from Rome: or, The History of Popery. Dit Engelse tijdschrift van Henry Care gebruikte Weyerman ook voor zijn Historie des Pausdoms.2

Een aflevering van The Weekly Pacquet bestaat uit acht pagina’s; de laatste twee daarvan hebben een eigen titel: The Popish Courant. Hierin staan allerlei anekdotes. In de aflevering van 11 april 1679 staat het verhaal over ‘Father Mena’. Als we de Engelse tekst naast die van Weyerman leggen, zien we onmiddellijk dat Weyerman deze tekst heeft gebruikt. De Nederlandse tekst heeft dezelfde structuur en elementen, en eindigt ook met dezelfde woorden.

In aflevering 15 van het tweede deel van Den Ontleeder der Gebreeken vertelt Weyerman het verhaal opnieuw, maar nu in versvorm. Hij schrijft dat hij ‘de onbedwonge Dichtkunde’ van Jean de la Fontaine zal trachten na te volgen. Weyerman is al vanaf 1721 bezig met het vertalen van fabels en vertellingen van Jean de la Fontaine en ik veronderstel dat de Contes waarin monniken en nonnen de regel van kuisheid aan hun laars lappen, Weyerman hebben geïnspireerd om het verhaal over Vader Mena op dezelfde wijze aan zijn lezers te presenteren.

De affaire rond Vader Mena werd in 1731 weer opgerakeld. In dat jaar vond het proces plaats tussen Marie-Catherine Cadière en Jean-Baptiste Girard. Ook nu weer was een jonge vrouw verleid door een jezuïet. Er verschenen diverse publicaties, waarin verwezen werd naar de zaak uit het begin van de zeventiende eeuw. Nu lezen we zelfs dat Vader Mena kinderen bij de vrouw had. De jezuïeten lieten het niet aankomen op een berechting van Vader Mena. Zij beweerden dat hij was overleden en ze maakten van hout en bordkarton een lichaam tot bewijs. Ondertussen zou Vader Mena op een ezel zijn gevlucht naar Genua, waar hij zich bekeerde tot het joodse geloof.3

Wat hiervan waar is, weet ik niet. Ik vermoed dat het verhaal in de loop der tijd alleen maar is aangedikt. Een en ander is ook terug te lezen in de Historische Print- en Dichttafereelen, van Jan Baptist Girard en Juffrou Maria Catharina Cadiere (1735), waaruit de volgende illustraties afkomstig zijn. —Jan Bruggeman

1. Den Ontleeder der Gebreeken, deel 1, afl. 39, 3 juli 1724, p. 309-310 en deel 2, afl. 15, 22 januari 1725, p. 119-120.
2. Jac Fuchs, ‘”To give you a thorough insight shall be the scope of these successive sheets”. Enige nieuwe aanmerkingen over Weyermans Historie des Pausdoms’. In: MedJCW 32 (2009), p. 29-38.
3. Zie hiervoor Onderrigtende memorie voor Maria Catharina Cadiere tegen vader Jan Baptiste Girard, jesuit, betigt, haar door de verdoemlycke secte van quietisme tot de strafbaarste buitenspoorigheid der onkuisheid gebragt te hebben (Te Amsterdam, voor den Vertaalder, en zyn te bekomen by Hermanus Uytwerf 1731).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.