Voetnoot 57

Weyerman over Shakespeare

De dood van Dido, door Alexander Runciman (1778)

dinsdag 19 juni 2018 – In voetnoot 55
besteedde ik aandacht aan het motto van aflevering 39 van de Amsterdamsche Hermes I.

Weyerman begint die aflevering met een waarderende vermelding van Shakespeare, en een passage uit ‘het Treurspel van Hendrik den Vierden’, ‘waar in hy deeze beschryving doet van Northumberlands wanhoop over de dood van Piercy’. De passage is een prozavertaling van zeveneneenhalve regel uit Henry IV, deel 2 (eerste akte, regels 163-170):

[…] now let not Nature’s hand
Keep the wild flood confined! let order die!
And let this world no longer be a stage
To feed contention in a lingering act;
But let one spirit of the first-born Cain
Reign in all bosoms, that, each heart being set
On bloody courses, the rude scene may end,
And darkness be the burier of the dead!

Weyerman had een hoge dunk van Shakespeare, die hij hier ‘berucht’ [=beroemd] noemt, maar over de Shakespeareverwijzingen van Weyerman is het laatste woord nog niet geschreven. André Hanou wijdde er in de Mededelingen een bijdrage aan.1 Hij vestigde de aandacht op een vertaling uit As you like it in nr. 51 van de Ontleeder der Gebreeken I (25 september 1724, p. 404-405), maar streefde met zijn verwijzingen niet naar volledigheid. Hanou noemt wel de belangrijkste:

Aan dit rijtje kan de vertaling in deel I van de Amsterdamsche Hermes dus nog worden toegevoegd.

Bij zijn verwijzing op p. 155 van deel II van de Amsterdamsche Hermes noemt Weyerman Desdemona abusievelijk Desmodena. Interessant is dat hij zegt het stuk in Drury Lane gezien te hebben.

Met de verwijzing naar Shakespeare op p. 128 van deel II van de Amsterdamsche Hermes is iets nóg vreemders aan de hand. Weyerman schrijft daar over ‘Anna de Liefde, die zo luchtig wandelt, als de Vrouwelyke geest van Dido, in Schakespears treurspel’. Dido wordt wel in meerdere stukken van Shakespeare terloops genoemd, maar in geen enkel van zijn stukken verschijnt zij als geest. Misschien doelt Weyerman op Dido, Queen of Carthage van Christopher Marlowe en Thomas Nash. In dat stuk heeft Dido nog één regel tekst na de constatering ‘Dido in these flames / Hath burnt herselfe’, maar het lijkt mij niet waarschijnlijk dat zij voor die ene regel nog even als geest op het toneel verschijnt. Wie heeft er een betere verklaring voor de geest van Dido? – Jac Fuchs2

1. André Hanou, ‘Shakespeariana’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 11 (1988), p. 91-93.
2. Met dank aan Jan Bruggeman voor zijn adviezen.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.